Hoofdstuk 38

IMG-20170801-WA0000

Henriette Josephine, maar zij noemt me MUIS

Hoofdstuk 38 – Jaap is terug

Het gaat gelukkig best goed met Hortense. Volgens mij heeft ze er geen trauma aan over gehouden.

Ik ben natuurlijk nog steeds woest op die kat van hiernaast, dat gaat zo snel niet over. Ik kan veel hebben, maar van mijn man en kind moet je afblijven.

Ach, het leven hier in de tuin gaat weer zijn gangetje. Dat ik zei dat ik weg wilde, klopt wel. Maar zeg nu zelf, waar moet een muis heen? Het gevaar loert overal. Bovendien is het ook weer niet zo makkelijk om te verhuizen. Je zit als muis toch altijd verlegen om transport. Luca is weer terug naar Frankrijk, dus daar kan ik helaas geen beroep op doen.  Over Luca gesproken; zouden hij en Aurélia al bij Luca thuis zijn. Hoe zou ik daar nu toch achter kunnen komen? Geen idee. Moet daar maar eens goed over nadenken.

Stel je nu eens voor dat hij en zij van het grote huis weer eens op vakantie zouden gaan. Gelukkig wordt het weer beter, dus dan gaan ze op het bankje (bij dat vogelhuisje met pindakaas) koffie drinken in het zonnetje. Als ze dan plannen gaan maken hoor ik het wel.

Ohlala, misschien kunnen Beau, Hortense en ik dan wel mee naar Frankrijk. Tenminste; als ze daar heen zouden gaan. Als ze dan naar Chateau De Leychoisier zouden gaan, kunnen we Hortense laten zien waar haar grootouders vandaan komen.

Ohhh, ik krijg er helemaal zin in!

KRIEEEK, KRIEEEK, KRIEEEK …..

Griebels, wat was dat nu weer??????

Hoorde jij dat ook, dat enorme kabaal? Ik durf niet eens naar buiten om te gaan kijken. Gelukkig is Hortense binnen. Beau is dan wel buiten, maar die is zo wijs en voorzichtig. Maar prettig vind ik het niet hoor, het liefst heb ik in gevaarlijke situaties mijn gezinnetje bij me.

“Het leven van een muis hangt van gevaren aan elkaar” zei mijn vader altijd. Het is de laatste tijd ook wel raak. De ene ellende na de andere. En nu dit enge geluid weer.

Ik keek even voorzichtig om een hoekje en zag juffrouw Van der Spits aan komen hollen. Zou zij meer weten?

“Henriëtte Josephine, heb je het gehoord? Jaap is terug!”

Jaap?!? Jaap de Kraai?!? Dan moeten we heel goed op gaan passen. Die kraaien zijn nu eenmaal niet echt van die lekkere jongens.

“Nee, meisje …. Jaap de Krekel! Je maakt mij niet wijs dat je zijn getjirp niet hebt gehoord. O, ik ga snel verder, hoor. Verderop wonen nieuwe muizen, die weten niet dat dat geluid van Jaap kwam, dus zijn ze zich vast een krulstaart geschrokken. Ik moet ze gewoon even gerust gaangsaan te.”

Ja hoor, doe dat maar snel , daaaag, juffrouw Van der Spits.

Pffff, gelukkig, niets aan de hand en juffrouw Van der Spits is weer weg. Nu ik er over nadenkt wist ik ook wel dat dat geluid van Jaap kwam. Maar hij was ook zo’n tijd weg geweest en dan raakt zoiets op de achtergrond, hè.

Wel fijn dat Jaap er weer is, want dan kun je er van op aan dat het weer beter gaat worden.

De tuin begint ook wakker te worden uit de winterslaap. Planten lopen uit en de tuin begint kleur te krijgen. Heerlijk, als dat frisse groene om ons heen. Makkelijk ook, want als de planten groter zijn, zijn wij muizen ook minder zichtbaar. Bovendien hoeven we dan ook minder moeite te doen om eten te vinden.

Ik bedenk me ineens dat ik Jaap wel eens kan vragen of hij op een van zijn vluchten toevallig Aurélia en Luca heeft gezien of misschien wel heeft gesproken. O, als dat toch eens waar zou zijn.

Ik begin weer een beetje tot rust te komen, hoor. De komst van Jaap Krekel heeft me echt goed gedaan.

 

Thea bedankt voor de foto

 

Hoofdstuk 37

041d6e90-4d1e-4346-b968-2cf54e187787~2

Henriëtte Josephine, maar zij noemt me MUIS

Hoofdstuk 37 – En nu is het genoeg!!!

Ik wil verhuizen en wel NU! Het kan zo niet langer. We moeten hier weg. Ik ben zo boos en verdrietig. Ik wil het wel uitschreeuwen.

Ons kleine meisje wordt groot en wil de wijde wereld in, dat is logisch, dat hoort ook zo. Maar hier kan dat gewoon niet meer.

Net als een tijdje terug was Hortense in de tuin op onderzoek uit. Ze speelde wat en keek naar de vogeltjes. Volledig onbevangen, zoals een jong wezentje dat doet.

Maar toen was daar dat monster, die Killer Cat. Loerend vanaf een grote boomstronk overzag hij “zijn” tuin en zag mijn kleine meisje scharrelen onder de grote kersenboom. Het loeder stortte zich op Hortense en sleepte haar mee. Het arme kind.

Hij ging zelfs zover dat hij haar meenam naar het huis van de buren. Hij is zo doortrapt dat hij haar niet meenam hun woongedeelte in, want dan zouden zij er wel een stokje voor gestoken hebben. Hij nam haar mee naar het souterrain. Daar aangekomen liet hij haar los en gaf haar de indruk dat ze mocht gaan om er vervolgens weer bovenop te springen. Hij speelde met haar en met haar leven. Hoelang dat geeft moeten duren weet ik niet. Uiteindelijk wist Hortense te ontkomen via een rooster in de muur.

Waarschijnlijk had dat monster de lust tot spelen met zijn prooi verloren, want normaal gesproken draait hij zijn poot niet om voor bloederige moordpartij.

Hortense kwam volledig ontredderd thuis. Dat kind verkeert nog steeds in shock. Ik weet niet wat hij allemaal met haar heeft uitgevoerd, maar ze is gehavend aan alle kanten. Overal beten en krassen. Ik durf haar niets eens schoon te likken, hoewel ze helemaal stinkt naar dat monster. Ik ben bang dat likken haar te veel pijn zal doen. Het is een wonder dat ze nog leeft. Zo’n klein muisje en dan zo’n gevecht moeten leveren voor je leven. Mijn moederhart huilt.

Ik weet dat ik het ga verliezen, daarom doe ik het niet, maar ik zou die Killer Cat zo graag eens te grazen nemen. Dan zou ik wel eens met hem gaan “spelen”. Was ik maar voor één dag een grote hond of zo, dan pakte ik hem waar ik hem pakken kon

Beau doet ook alles voor Hortense om haar over deze afschuwelijke ervaring heen te helpen. Hij is teder en lief voor zijn oogappeltje. Helaas, je staat machteloos als ouders. Je kunt alleen maar hopen  dat ze er geen levenslang trauma aan over houdt. Dat haar kinderlijke onbevangenheid niet voor goed om zeep geholpen is

Ik ben zo onvoorstelbaar boos, kwaad, ziedend. Zoals gezegd; ik wil het wel uitschreeuwen van woede.

Wij, wilde dieren, leven volgens de wetten van de natuur. Helaas hoort daar eten en gegeten worden ook bij. Maar die rot kat hoeft niet op jacht te gaan voor zijn eten. Dat luie stuk vreten krijgt iedere dag zijn eten in een bakje aangeleverd en vreet dat tot op de bodem leeg. Zelfs een lekker bakje vers water erbij. Vervolgens gaat hij dan bij die mensen in huis ergens liggen ronken en laat hij zich al snorrend en spinnend uitgebreid aanhalen. Wees nu eerlijk; hier  is niets “wilds” meer aan. Dus, achterbaks mormel, gedraag je dan ook niet zo en blijf met je scherpe klauwen van mijn dochter af!

 

Marit, wederom bedankt voor je foto.

Hoofdstuk 36

wood-mouse-823796_960_720

Henriëtte Josephine, maar zij noemt me MUIS

Hoofdstuk 36 – Kleintjes worden groot

Mijn kleine muisje groeit als kool. Haar oogjes zijn natuurlijk al een tijdje open en het zijn de mooiste kraaloogjes die je je kunt voorstellen. Perfecte oortjes en een schattig neusje. Haar vachtje is ook zo mooi. Net zo mooi als dat van haar vader.

Beau en ik hebben onze handen vol aan die kleine deugniet. Met moeite kunnen we haar nog in ons holletje houden. Altijd moet een van ons twee huis zijn, want anders staat ze zo buiten. Je moet er niet aan denken wat er zou kunnen gebeuren als ze Killer Cat of die uitgehongerde egel tegen het lijf loopt. Voor hen is ze slechts een snackje.

Maar hoe oplettend we ook zijn, van de week is ze toch even aan onze aandacht ontglipt en is ze naar buiten gegaan. Ik begrijp het ook wel; de grote, onbekende wereld lonkt.

Beau en ik zaten te bespreken wie wanneer op eten uit zou gaan. Tot we opeens bemerkten dat Hortense weg was. Nergens te vinden, niet in ons holletje of de gang naar buiten.

Snel spoedden we ons naar buiten, al roepend. Niets ….. in geen velden of wegen was ze te bekennen. Juffrouw Van der Spits kwam ook kijken wat er aan de hand was.

Natuurlijk kwam Juffrouw Van der Spits meteen met het horrorscenario dat ze was opgegeten door Killer Cat of die gulzige egel. Ze jammerde of het bewijs al geleverd was. Wat is het toch een hysterische muis! Niets, maar dan ook niets wees in die richting, dus ik weigerde ook van die mogelijkheid uit te gaan.

We speurden de hele tuin af. Keken bij de grote vijver, maar ook bij de kleine kikkerpoel. Vroegen aan Rogier Roodborst, die al met Annika bezig is takjes voor een nestje in de grote kersenboom te verzamelen, of hij vanuit de lucht wilde kijken of hij haar zag. Ook mevrouw Merel bood aan om mee te zoeken.

Binnen de kortste keren was er een heel team op zoek naar Hortense.

Gelukkig waren al die inspanningen voor niets. Beau heeft haar zelf gevonden. Ons kleintje speelde met wat torretjes en kevertjes onder het staande vogelhuis aan de zijkant van het grote huis. Het staande vogelhuis, gelukkig niet de plek waar die egel tegenwoordig regelmatig zijn maaltijden nuttigt.

Ons kleintje had haar nieuwsgierigheid niet kunnen beteugelen en was al spelend steeds verder van ons holletje afgedwaald. Beau en ik hebben haar natuurlijk wel vermanend toegesproken. De strafmaatregelen die Juffrouw Van der Spits in gedacht had leken ons buiten alle proporties. Het is ook zo’n betweter,  alsof zij zo’n goede moeder was. Pfff, ze heeft haar bloedeigen kinderen in de steek gelaten.

Het is wel duidelijk, Beau en ik moeten nu echt gaan denken aan de toekomst. Voor we er erg in hebben gaat ons kleintje het huis uit. Gaat ze op eigen pootjes staan. Als moeder moet ik daar nog niet bij nadenken, maar zo hoort het natuurlijk wel te gaan. Maar goed, je wilt je kind wel goed voorbereiden op de grote wereld, dus moeten Beau en ik nog maar eens goed over nadenken.

Nu maar hopen dat we voor die tijd nog een mooie reis kunnen maken met z’n drietjes. Voorlopig is dat nog even niet ter sprake, want hij en zij van het grote huis maken nog geen aanstalten om te vertrekken.

Met onze dochter is het vandaag gelukkig allemaal goed  gekomen, ze is weer thuis, maar voor hoelang nog …..  Zoals gezegd; kleintjes worden groot.

 

Foto: Pixabay

 

Hoofdstuk 35

DSCN3903

Henriette Josephine, maar zij noemt me MUIS

Hoofdstuk 35 – Aurélia is weg

Aurélia was gisteren op stap en kwam bij toeval Luca tegen in het parkje verderop. Hij was er nog, dat wist ik helemaal niet, want ik had hem helemaal niet meer gezien. Hij kan natuurlijk ook niet zomaar in zijn eentje aan de wandel gaan. Meestal maakt hij wandelingen met de mensen waar hij in huis is. Aurélia schrok zich helemaal wild toen ze hem zag, want hij is zo groot en sterk. Maar ook zij raakte in de ban van zijn charme.

Hij vertelde dat ze snel weer terug zouden gaan naar huis, naar Frankrijk. Aurélia’s hart maakte een sprongetje. Frankrijk …. de heimwee kreeg de overhand. De dood van mijn ouders, haar eigen avontuur in het huis van de buren; het werd haar teveel. Ze wilde terug naar huis, naar haar geliefde Provence met die heerlijke lavendel en mooie olijfboompjes.

Luca stelde voor Aurélia de auto in te smokkelen, zoals hij mij onlangs ook vervoerd had. Weet je nog die keer, dat mijn staart uit zijn bek bungelde, hihihi. Aurélia had van mij het hele verhaal gehoord, dus ze vertrouwde Luca volledig.

Op een holletje is ze naar ons toegekomen om afscheid te nemen en de laatste dingetjes uit het huisje van mijn ouders te halen. Gelukkig had ik nog wat zonnebloempitten liggen, dus heb ik die maar meegegeven voor onderweg. Ze vond het wel heel erg, dat ze bij ons wegging, maar de Provence riep haar.

Ik weet het niet zeker, maar volgens mij woont Luca vlakbij rivier de Lot. Nu heb ik geen idee of dat ver van de Provence ligt, maar ik heb geen zin om dat aan Juffrouw van der Spits te gaan vragen. Voor je het weet wil ze met Aurélia mee, vanwege die losbandige lover, weet je wel. En dat is het laatste waar Aurélia op zit te wachten.

Ach, er gaat vast wel een keer een mens met zo’n ding op wielen, een auto, van de Lot naar de Provence, denk je ook niet?!? Luca kent daar vast heel veel mensen, bovendien nu woont hij in een huis, dus hoort hij die mensen over van alles en nog wat praten.

Ik hoop wel dat hij en zij  van het grote huis nog een keer met vakantie naar de Provence gaan. Dan gaan Beau, Hortense en ik lekker mee. Zou goed zijn voor Hortense, tenslotte liggen haar roots in Frankrijk.

Met een beetje geluk kunnen we dat ook nog eens naar Château de Leychoisier. Dat zou helemaal geweldig zijn. Maar ook wat dat betreft; geen idee of dat een beetje in de in de buurt van de Provence ligt. Kon ik het mijn ouders nog maar vragen. Misschien toch maar eens met Juffrouw van der Spits praten, maar dan moet ik  wel eerst moed verzamelen. Hopen dat ze dan maar niet weer zo boos wordt. Tenslotte ga ik nu niet alleen, maar met mijn hele gezin.

Nu het voorjaar er aan komt, komen hij en zij weer vaker in de tuin, want daar moet weer het nodige werk verricht worden. Dan kan ik ze goed in de gaten houden als ze met elkaar praten.

Natuurlijk zou ik ook, via de schoorsteen kunnen proberen in het grote huis te komen. Dat heb ik een keertje voorzichtig geprobeerd, maar ik ving toen de onmiskenbare geur van eucalyptusolie op bij het rooster in de muur van de schoorsteen. Sorry hoor, maar daar wordt ik zo beroerd van, zeg maar gerust kotsmisselijk. Dat die mensen dat zelf niet ruiken, bluh. Je snapt dat ik niet graag het huis in ga om even te luisteren waar ze het zoal over hebben.

Eerst maar wennen aan het idee dat Aurélia weg is. Ik mis haar nu al. Ik mis haar zo erg, dat het gewoon pijn doet. Na de dood van Charlotte Antoinette en mijn ouders was zij zo’n enorme steun voor mij en we hebben samen zoveel plezier gehad.

Dag lieve Aurélia, nichtje, vriendinnetje, bon voyage et …… à bientôt!

 

Hoofdstuk 34

HIMG-20171113-WA0002

Henriëtte Josephine, maar zij noemt me MUIS

Hoofdstuk 34 – Wow, dat was eng

In de bak van die kast kon Aurélia geen kant op, als alleen het water in. Maar ja, dat had geen nut, want ze moest weg zien te komen.

Helaas was de bak nat en glad en, ondanks verwoede pogingen dat tegen te gaan, gleed Aurélia zo het water in. Aangezien wij geen watermuizen zijn, was die duik wel even stevig schrikken. Ze spetterde hevig geschrokken in het rond, wat natuurlijk de aandacht van het mens trok. Hij, zij en dat kleintje stonden bij de bak te kijk naar een voor haar leven zwemmende en trappelende Aurélia.

Tot overmaat van ramp drong er een vieze geur Aurélia’s neus binnen. Killer Cat, dat kon er ook nog wel bij! Gelukkig werd die engerd door de mensen weggestuurd. Al die tijd spartelde Aurélia, tot vermaak van het kleine mensje, rond in die bak, door de mensen wastafel genoemd.

Uiteindelijk pakte hij, het grote mens, een stuk papier en plukte Aurélia aan haar staart uit het water. Een zeer pijnlijke aangelegenheid, dat oppakken aan onze staart, wat mensen leuk schijnen te vinden. Enfin, bungelend aan haar staart werd Aurélia van alle kanten door de mensen bekeken. Het kleine mensje wilde eigenlijk met Aurélia gaan spelen, maar dat vond hij, het grote mens, toch niet goed.

Aurélia, begon er langzamerhand genoeg van te krijgen en probeerde haar staart los te wrikken. Dat lukte niet, want de greep van hem was wel heel erg stevig. Dan maar bijten, maar dat is geen makkie kan ik je verzekeren, als je ondersteboven op je kop hangt. Het lukte dan ook niet om ergens in een vinger te bijten.

Gelukkig vond hij, het grote mens, het toen tijd om stappen te ondernemen. Nog steeds op haar kop bungelend bracht hij Aurélia naar beneden, waar het kleine mensje nog even naar Aurélia mocht kijken. Toen dat kleintje probeerde Aurélia te aaien, schijnt ze heel hard gegild te hebben. Dat deed hun schrikken en snel liep hij met Aurélia naar  buiten, waar hij haar, tot haar grote opluchting, in de tuin losliet.

Aurélia zette het op een lopen en zonder ook maar op of om te kijken of Killer Cat nog ergens op de loer lag, rende ze naar het huisje van mijn ouders. Je weet wel in het schuurtje, achter de kast.

Trillend van angst heeft ze daar de rest van de dag zitten bibberen in een hoekje.

Toen ze mij vertelde van haar avontuur werd ze weer helemaal nerveus en bleek om haar neusje.

Ik denk niet dat Aurélia nog snel zo iets gevaarlijke zal gaan doen. Ze heeft het, wat wilde avonturen betreft,  wel gehad!

 

Marit bedankt voor de foto en Erik bedankt voor het poseren

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 33

IMG_20180216_104413

Henriëtte Josephine, maar zij noemt me muis

Hoofdstuk 33 – Aurelia, wat doe je nu?!?

Sinds mijn klimpartij naar de vogelhuisjes met die verrukkelijke pindakaas en zonnebloempitten, heeft Aurélia toch wel een beetje spijt dat ze niet naar boven durfde te klimmen. Ze vond mij zo dapper en stoer. Gek hè, dat vind ik zelf helemaal niet. Zeker nadat ik er nog eens goed over nagedacht heb. Wat had er allemaal wel niet kunnen gebeuren. Niet te lang bij stilstaan, want dan krijg ik de rillingen.

Aurélia wilde ook wel eens iets avontuurlijke en gevaarlijke doen. Het is maar goed dat ze het van te voren niet met mij had besproken, want ik had haar absoluut gek verklaard. Wat zij van plan is, is absurd, te gek voor woorden en levensgevaarlijk.

Ze had besloten dat ze wel eens IN het huis van mijn buren wilde gaan kijken. Het huis van Killer Cat. Nou ja, dat is je reinste zelfmoord!!!

Het bleek dat ze het huis al een tijdje in de gaten had gehouden vanachter een grote struik. Killer Cat kwam altijd via een luikje in een deur naar buiten, dus daar kon zij dan wel door om het huis in te gaan.

Op de bewuste dag zat ze weer achter de struik te wachten tot Killer Cat naar buiten kwam. Ja hoor, daar was hij. Met zijn arrogante dikke katerkop liep hij de tuin door en klom over de schutting. De weg was vrij voor Aurélia.

Behoedzaam klom ze door het luikje het huis in, waar ze oog in oog kwam te staan met een mensenkind. Het mensenkind zag Aurélia en riep enthousiast naar zijn moeder: “Mamma, kijk, muis!”

Aurélia bleef natuurlijk de komst van het grote mens niet afwachten  en rende de kamer uit, zo snel ze kon.

Via een trap, wat een lastige onderneming is voor een muis met haast, kwam ze boven in het huis terecht. Aurélia had het geluk dat de mensen niet direct achter haar aan waren gekomen, dus ze kon op haar gemak op verkenningstocht.

Al snel kwam ze er achter dat er boven in het huis niets te eten viel te halen. Ze rook niets lekkers, in tegendeel, overal in het huis rook ze Killer Cat, bluh, een walgelijke geur.

Ze besloot dan ook maar weer terug naar huis te gaan. Tot ze in een ruimte kwam waar het heel anders rook. Geen Killer Cat geur,  maar ze ving de geur van bloemen, dennengroen en water op. Er hing een, voor muizen in ieder geval, groot ding aan de muur met een klep erop. In dat ding zat water. Helaas waren de muren waar die bak aan hing zo glad, dat klimmen onmogelijk was. Aan de muur hing ook een kast en via een wasmand kon Aurélia daar wel op klauteren.

Even schrok ze zich wild, want aan de muur hing een glimmende plaat waar ze een muis in zag. Zo raar, die muis rook nergens naar en deed precies wat Aurélia ook deed. Vreemd, heel vreemd, maar het leek niet gevaarlijk, want die muis zag er, volgens Aurélia, heel vriendelijk uit.

Voor die glimmende plaat zat weer een glimmend ding waar water uit druppelde en in de bak zat een klein beetje water. Dat stond Aurélia wel aan, want ze had enorme dorst gekregen.

Net toen ze een slokje wilde nemen, kwam, tot haar grote omzetting, het grote mens de ruimte binnen, gevolgd door nog een groot mens en als laatste dat kleintje. Het werd nog druk.

 

Sorry, lieve Kedi, dat ik je altijd Killer Cat noem, want je bent best lief.

Hoofdstuk 32

20180224_175554-COLLAGE

Henriëtte Josephine, maar zij noemt me Muis

Hoofdstuk 32 – Paniek

Nu woon ik toch al een aardig tijdje hier in de tuin. Ondanks alle ellende met mijn zusje en mijn ouders is het hier voor een muis eigenlijk prima wonen. Zowel Beau als ik vinden het best een goede omgeving om ons kind op te laten groeien. Zelfs de nabijheid van mensen heeft eigenlijk meer voors dan tevens.

Hoewel ….. Ze doet het volgens mij niet met opzet hoor, maar zij van het grote huis heeft nu toch wel een muisonvriendelijk situatie gecreëerd.

Zij van het grote huis heeft naast het huis een plekje waar ze de vogels altijd voert. Een heerlijk plekje, want die vogels laten van alles vallen. Stukjes pinda, havervlokjes, zaadjes, zonnebloempitten en dat soort dingen. Er staat ook een grote stenen kip. Zij van het grote huis noemt haar “Kip Miep van de legbatterij”.  Die kip Miep doet verder niets; staat daar alleen een beetje streng te kijken.

Zij van het grote huis heeft nu dus in dat hoekje een bakje zonnebloempitten op de grond gezet. Nu hoor ik je denken; hoezo muisonvriendelijk?!? Oké, het klinkt ook wel tegenstrijdig, want het is voor muizen wel heel makkelijk om zo je kostje bij elkaar te scharrelen.

Dat klopt, maar ook EGELS vinden die pitten wel erg lekker. Het geval wil dat egels zo tegen maart langzaamaan uit hun winterslaap gaan komen. Die luie beesten hebben dan wel 5 maanden liggen ronken hè. Na zo’n lange tijd barsten ze natuurlijk van de honger en daar schuilt het gevaar.

Zo’n hongerige egel wil zich nog wel eens vergrijpen aan een jong of ziek muisje. En dat allemaal nu Hortense net een beetje de wereld wil gaan ontdekken.

Tot overmaat van ramp heeft zij van het grote huis de egel ook gezien en kwam ze meteen weer met dat klik-klik-flits-apparaat aanlopen. Dat gulzig vretende beest liet zich vooral niet van de wijs brengen en vrat gewoon door alsof er niet aan de hand was.

Op veilige afstand heb ik het allemaal eens bekeken. Beau en ik moeten vanavond maar eens een goed gesprek hebben met Hortense. Het moet goed tot haar doordringen dat zo’n egel echt levensgevaarlijk kan zijn voor een jong muisje.

Zij van het grote huis is wel heel erg blij met die ongenode eter, want ze doet er alle mogelijke moeite voor om hem maar te plezieren. Die egel neemt haar zo in beslag, dat ze al een paar keer rakelings langs me heen is gelopen. Als ik niet goed had opgelet, had ze waarschijnlijk zomaar op mijn staart getrapt!

Mijn paniek werd nog groter, voorzover mogelijk, toen zij van het grote huis ook nog wat kattenbrokjes in het vogelhoekje neer ging leggen. Kun je je dat voorstellen? Kattenbrokjes!

Dat ze die egel wil bewegen om hier in de tuin te blijven is al een regelrechte ramp, maar met die kattenbrokjes lokt ze nog meer gevaar. Die Killer Cat van hiernaast klimt toch al te pas en te onpas over de schutting, maar als er dan ook nog eens kattenbrokjes liggen, dan is de uitnodiging eigenlijk wel compleet.

De gevaren stapelen zich op. Is het nog wel veilig om hier met Hortense te blijven wonen. De tuin hiernaast is geen oplossing, want Killer Cat maakt hier de hele buurt onveilig en die egel trekt zich ook niets van heggen en struiken aan. Als die twee van het grote huis nu een hond zouden nemen, zoiets als mijn grote vriend Luca, dan was ons probleem opgelost. Luca was onlangs ook zo lief voor mij, hij zou ons vast wel beschermen. Maar ik heb zowel hem als haar van het grote huis nooit over een hond horen praten.

De paniek grijpt me echt naar de strot. Ik wordt er gewoon nerveus van. Zouden alle ouders met jonge muizen dat nu hebben. Jakkie, het was hier zo fijn, maar nu verpest zij van het grote huis het toch wel een beetje.

Ik denk dat als zij van het grote huis vandaag of morgen weer eens voor mijn deur staat en me probeert te paaien met lekkere dingen, ik maar gewoon eens lekker binnen blijf en me niet laat zien. Dat zal haar leren.

Maar ja, dan moeten het natuurlijk niet al te lekkere dingen zijn, want dan ben ik toch weer zo om. Misschien niet echt principieel, maarrrre …….

Hallo ….. ik ben wel een muis hè!