Hoofdstuk 59

 

Screenshot_20180824-121836~2.png

Henriëtte Josephine, maar zij noemt me MUIS

Hoofdstuk 59 – Hector

De volgende ochtend waren we al vroeg weer aan het rijden. Ik hoorde dat hij en zij op visite wilden gaan bij iemand die zij via Facebook had leren kennen. Ze zouden daar één nachtje blijven.

Geen idee over wie ze het hadden, maar zij klonk heel vrolijk, dus werd het vast weer een leuke dag.

Na een behoorlijke tijd zagen we iets gloren aan de horizon. Ik hoorde haar zeggen dat het Rennes-le-Château was.

Het zei ons verder niets, we waren alleen benieuwd naar ons stekkie voor de nacht.

We stopten en er kwam een vrouw met mooi krullend, donker haar naar onze camper toelopen. Hij en zij werden hartelijk begroet en liepen met haar mee naar het huis.

Dat kwam mooi uit, want dan konden wij buiten een kijkje nemen.

We zaten net onder een mimosa struik toen er een heel bijzondere muis aan kwam lopen. Wat was die mooi! Zo’n prachtige vacht en die dikke, wollige staart! Het lijkt wel een eekhoorn.

Wij waren niet de enigen die hem zagen; Hortense zat vol bewondering naar hem te kijken. Dat niet alleen, ze stapte meteen op hem af. Zo had onze kleine meid nog nooit naar een andere muis gekeken.

Wij vonden het ietwat gênant om te blijven staren en liepen de andere kant op. Aurélia en Sophietje hadden een vliegend hert ontdekt en zaten die vol bewondering te bekijken. Wat een groot insect. “Doen jullie wel voorzichtig. Pas maar op dat dat beest jullie niet bijt.”

FB_IMG_1530178769147

Op een fraai plekje onder de Oleander zaten Beau en ik in het zonnetje toen een zware stem tegen ons zei: “Lekker hè!” We keken om en schrokken ons wild ….. een KAT!

“Niet schrikken” zei hij “ik doe niets, want ik lust geen muizen. Mijn naam is Buks en ik neem aan dat jullie de ouders zijn van dat snoesje, waar Hector mee zit te flirten. Hij is aardig van zijn stuk zo te zien.”

We raakten met Buks aan de praat. Verdraaid aardige kat, maar je blijft op je hoede hè, dat zit er nu eenmaal in.

Hij vertelde ons hoe hij aan die vreemde naam was gekomen. Toen de mensen, waar hij bij woont, in dit huis kwamen wonen zat de tuin zo vol met konijnen, dat ze een buks wilden aanschaffen om die beestjes af te schieten. Bij nader inzien vonden ze dat toch wel luguber. Van buren hoorden ze dat de aanwezigheid van katten de konijnen wel op andere gedachten zou brengen, zodat ze vrijwillig zouden gaan verhuizen.

En toen hebben ze hem in huis gehaald. Omdat hij in de plaats kwam van een buks hebben ze hem toen maar Buks genoemd. Hoe komen ze erop!?!

We hoorden geluiden en zagen Hortense en Hector op ons afkomen. Wat keek ze anders, zo volwassen.

Hector keek ons recht aan en zei: ” Wat heeft u een geweldige dochter. Zo lief, zo mooi, zo bijzonder heb ik nog geen ander muisje meegemaakt.” Terwijl hij dit zei, keek Hortense hem aan met een blik, waaruit vertedering, vertrouwen en verliefdheid sprak.

Ik kan je vertellen, alle alarmbellen begonnen te rinkelen. Paniek maakte zich van mij meester.

Deze, overigens heel mooie muis, was bezig het hart van mijn dochter te veroveren. Het leek een goedkoop romannetje, maar het was de werkelijkheid. De moed zonk me in mijn pootjes. Het werd klam en koud rond mijn moederhart. Ik was bezig mijn kleintje, ver van huis, te verliezen aan een slaapmuis. Want dat was dit bijzonder fraaie exemplaar. Een slaapmuis wordt zo genoemd, omdat hij een winterslaap houdt.

Hortense kwam naar me toe. “Wat is hij mooi, hè Mam. Weet je, hij zei zulke lieve dingen tegen me. Ik denk dat ik met hem wel oud zou willen worden.”

Ja hoor, het was zover, ons kleine meisje was niet klein meer, ze was volwassen geworden en onze taak was volbracht.

Die nacht sliepen we slechts met z’n viertjes op ons eigen plekje in de camper.

Hoewel; terwijl Aurélia en Sophietje rustig lagen te slapen hebben Beau en ik hebben die nacht bijna geen oog dicht gedaan. We lagen dicht tegen elkaar aan, zochten steun bij elkaar. En liefdevol likte Beau mijn tranen weg. Zo lief. Wat houd ik nog steeds vreselijk veel van die lieverd. En hij van mij.

 

Otteline bedankt voor de foto van Buks en Hector.

Leny bedankt voor de foto van het Vliegend Hert.

 

 

 

 

Hoofdstuk 58

20180811_113714-COLLAGE

Henriëtte Josephine, maar zij noemt me MUIS

Hoofdstuk 58 – Mooie Dame in het wit

Nadat ze de fietsen op slot hadden gezet, liepen ze eerst naar het winkelstraatje. Het was er druk en je hoorde er heel veel verschillende talen. De mensen waren allemaal heel vrolijk en blij. Er hing een plezierige sfeer.

Hij en zij gingen af en toe een winkeltje in en dan vielen er zakjes in de rugzak en rechthoekige stukjes karton met aan de ene kant een plaatje en aan de andere kant alleen wat streepjes. Wat moet je daar nu mee?!

Ook kwamen er lange dingen in de rugzak. Ze waren van een soort was en er stak een stukje touw of zoiets uit. Zij noemde het kaarsen. Geen idee wat ze ermee wilde doen.

Na een tijdje gewinkeld te hebben liepen ze weer terug naar waar de fietsen stonden, liepen door een groot hek en kwamen op een plein voor die mooie kerk waar ik het over heb gehad. Het was hier druk joh!

Hij en zij liepen naar een muur bij het water. Aan die muur zaten allemaal kranen en er waren allemaal mensen die daar flesjes met water uit die kranen vulden. Zouden ze dorst hebben?

Na een tijdje in de rij te hebben gestaan waren hij en zij aan de beurt. Hij zette de rugzak op de grond en zij ging flesjes in de vorm van een Dame met een mooi wit gewaad, blauwe sjerp en een gouden kroon met water vullen.

Wij waren even uit de rugzak gesprongen, want met z’n vijfjes wordt het best benauwd. Ik wilde als laatste achter de rugzak wegkruipen toen er een hele grote zware man boven op mijn staart ging staan. Ik gilde het uit. Wat een pijn en hij bleef gewoon staan terwijl ik gilde en gilde.

Uiteindelijk liep hij verder en konden wij kijken of mijn staart nog heel was. Hij zat er gelukkig nog aan, maar was wel gekneusd of misschien zelfs gebroken.

Beau hielp me achter de rugzak vandaan te komen. Hij en zij stonden met andere mensen te praten, dus we hadden even de tijd. We hadden Aurélia gevraagd met de meisjes terug in de rugzak te kruipen en die twee een beetje in de gaten te houden.

Het leek Beau een goed plan om dichter naar die kranen toe te lopen en dan wat fris water te drinken en eventueel mijn staart wat te verkoelen, want die deed waanzinnig veel pijn.

Strompelend, ondersteund door Beau, liep ik naar de kraan. Gelukkig hadden de mensen geen aandacht voor ons en konden wij wat van dat water drinken. Het kan verbeelding zijn hoor, maar het water was anders. Heerlijk fris en koel, maar toch anders.

Beau waste heel voorzichtig mijn staart met dat water. Eerst deed dat gruwelijk veel pijn, maar die pijn werd minder. Wonderlijk hoor.

Hij en zij leken uitgepraat te zijn, dus we haasten ons, zo goed en kwaad als het ging, terug naar de rugzak.

We zaten er net in toen hij de met water gevulde flesjes in de tas liet zakken. Ze waren nog wat vochtig en ik likte her en der nog een druppeltje water op.

Van de kranen liepen ze langs de rivier naar een grot, waar hoog boven de mensen een beeld stond van die mooie Dame in het wit. Was was dat bijzonder om te zien. Dat vond ik niet alleen, maar heel veel mensen keken ook naar Haar. Het was er stil en de mensen waren diep in gedachte. Zoiets hadden we nog nooit meegemaakt.

DSCN7157

Hij en zij liepen verder en staken via een brug de rivier over. Daar waren huisjes waar allemaal lichtjes branden. Het was er heel warm door al die lichtjes.

Zij haalde die lange dingen met dat touwtje uit de rugzak en liep naar een van die huisjes. Stak dat touwtje in het vuur van een van die andere lichtjes en het begon te branden. Dat deed ze met al die andere lange dingen ook. Ze zei dat het kaarsjes waren voor iedereen die ze lief hadden of voor wie er eentje nodig had. We snapten dat niet helemaal, maar het klonk wel heel mooi.

Aan de overkant van de rivier bij die mooie Dame boven de grot begonnende mensen te zingen. Wat bijzonder om te horen, wat mooi!

Na een tijdje liepen hij en zij weer terug naar de fietsen om terug te gaan naar de camping.

Daar aangekomen konden we uit de rugzak kruipen toen hij de fietsen weer achter op de camper vastmaakte.

In de schaduw van een boompje zaten we nog even bij te komen van alles wat we deze dag weer hadden meegemaakt. Plots vroeg Hortense: “Mamma, hoe gaat het met je staart? Doet die geen pijn meer, of houd je je groot. Hij ziet er wel heel normaal uit.”

Op dat moment realiseerde ik me, dat de pijn weg was. Hoe was het mogelijk. Hij was niet dik of gezwollen, helemaal niets.

Kwam het door het water of door die mooie Dame in het wit? Het is een wonder, het wonder van Lourdes.

DSCN7098

Dank U, mooie Dame in het wit.

 

 

 

 

Hoofdstuk 57

 

CAM00875

Henriëtte Josephine, maar zij noemt me MUIS

Hoofdstuk 57 – Lourdes

Uit hun gesprek maakten Beau en ik op dat we in Lourdes waren. Geen idee wat dat voor plaats was, maar dat zouden we vast nog wel merken.

De camping was niet zo groot, grensde aan weides met koeien en vrij dichtbij zagen we hele hoge bergen.

Het was een lange reisdag geweest en toen we de kans kregen glipten we de camper in. Onze buikjes hadden we gevuld met broodkruimels, want die zijn op zo’n camping in Frankrijk altijd ruim voorradig. Het was nog niet eens donker buiten toen we alle vijf in slaap vielen.

We werden gewekt toe hij en zij de camper in kwamen. Wat hoorden we daar nu weer? Het geluid kwam van ver.

Hij en zij hoorden het kennelijk ook, want ze luisterden aandachtig. We hoorden haar zeggen dat het zo mooi klonk die gezangen. En dat ze er naar uitkeek om morgen naar het Heiligdom te gaan.

Liederen, Heiligdom, dat wordt morgen weer een opwindende dag. Nu maar hopen dat we mee konden, want zo’n camping dat is leuk, maar echt avontuurlijk is het niet.

De nacht viel en alles was stil. Je hoorde hooguit in de verte een trein of auto. Hij en zij lagen in bed en wij kropen dicht tegen elkaar aan. Het is kil in de bergen ’s nachts.

IMG_20180219_141432

Ergens in de verte kraaide een haan. Voorzichtig ging ik verliggen en zag dat Aurélia en de meisjes nog sliepen. Beau was weg!?!

Hij en zij zaten buiten aan een tafel te eten. Allerlei heerlijkheden hadden ze uitgestald. Plots zag ik Beau bij een van de tafelpoten zitten met een triomfantelijke grijns. Hij had een stukje kaas bemachtigd.

Nadat we met z’n vijfjes hadden gesmuld van de kaas werd het tijd te bedenken hoe we met hem en haar mee zouden kunnen als ze straks weggingen.

Veel denkwerk was er niet nodig, want hij haalde een grote tas tevoorschijn. Hij noemde dat ding een rugzak en zette het vlak naast ons plekje onder de bank neer. Kijk aan, de oplossing voor ons transportprobleem.

Hortense, wat wordt ze zelfstandig, klom tegen de rugzak op en nam een kijkje binnenin. Enthousiast kwam ze terug. Er was voldoende ruimte voor ons vijven. Ook zaten er voldoende spulletjes in waar we ons onder en achter konden verstoppen. Nu alleen nog het juiste moment om erin te klimmen.

Toen hij aan de achterkant de fietsen van de camper begon te halen leek het ons een goed moment.

We zaten er net in toen zij met een grote zwaai de rugzak op tafel zetten. Pffff, dat was ook maar net op tijd.

Zij begon allemaal dingen in die tas te doen. Twee flesjes water, potdicht, dus daar hebben we niets aan. Een rolletje witte snoepjes, maar die roken heel sterk, afblijven dus maar. En toen vielen er ook nog wat pakjes in de tas. Er zat plastic omheen, maar dat is voor ons geen probleem, daar hebben we tandjes voor.

Tot onze verbazing begon Sophietje te knagen aan een hoekje. Een heel klein gaatje, maar er kwamen heerlijke geuren uit. Iets van fruit of zo en toen ……. de zoete geur van chocolade kwam ons tegemoet. CHOCOLADE!!!

Sophietje werd helemaal dol, die geur, het lekkerste wat ze ooit geroken had. Ze knaagde aan het plastic of haar leven ervan afhing. In korte tijd had ze een behoorlijk groot gat geknaagd. In de opwinding vergat ze alles om zich heen en smulde ze van de granenreep met vruchten en chocolade. Lachend keken wij toe. Sophietje was uit haar schulp gekropen.

Opeens werden we met rugzak en al opgetild. De tas ging dicht; het was aarde donker. We voelde dat de tas door de lucht zwaaide en kwam met een bons ergens tegenaan. We hingen op zijn rug, want als hij wat zei met zijn zware stem, voelde we het dreunen.

We merkten dat ze aan het fietsen waren, want het voelde net zo als in die tassen aan de fiets waar we al eerder in hadden gezeten.

Aan de bovenkant van die rugzak was hij dichtgetrokken met een leren veter, maar dat begon wat te wijken, dus om beurten konden we even naar boven klimmen om te kijken. Tijdens het fietsen zagen we nog weinig bijzonders. Huizen, auto’s, een trein en ook weer een rivier met veel water.

Ze stopten en maakten de fietsen aan een hek vast en liepen over een lange laan.

CAM01834

Aan het einde van die laan stond een heel mooie kerk met een grote gouden kroon. Toen wisten we; dit wordt een bijzondere dag.

 

 

Hoofdstuk 56

20180803_153350-COLLAGE

Henriëtte Josephine, maar zij noemt me MUIS

 

Hoofdstuk 56 – Lavendel

De deuren van de camper waren dicht, hij zat achter het stuur, de camper begon te grommen en rolde stapvoets richting het grote witte hek. De honden escorteerden, onder luid geblaf, de camper naar het hek.

Irene zwaaide bij het huis. Bij het hek aangekomen stapte zij nog een keer uit, opende het hek. Nadat de camper erdoor gereden was, sloot zij het zorgvuldig af. Zei de honden nog een keer gedag en stapte in. De camper reed de smalle oprijlaan af en draaiden de weg op naar het dorp.

Wij durfden toen tevoorschijn gekomen en keken door het raampje naar buiten, waar we nog net het huis konden zien en de honden die alweer aan het spelen waren.

Vrij vlug daarna zagen we weer veel water, dat moest haast de rivier de Lot weer zijn. De rivier was breed, fraai begroeide oevers en af en toe zagen we een kano varen. Dapper hoor van die mensen, die rivier heeft hoogteverschillen en daar kan het water woest kolken. Ik zou het niet durven, maar ja, ik ben dan ook een muis.

Hortense, Aurélia en Sophietje waren in het bedje van blauwe pluis in slaap gevallen. Beau en ik zaten nieuwsgierig voor het raampje naar buiten te kijken. Er was ook zoveel te zien. Omdat we niet wisten of we hier ooit terug zouden komen wilden we alles in ons opnemen. Dicht tegen elkaar aangedrukt zagen we de lieflijke dorpjes, smalle stroompjes en met bloemen overladen velden aan ons voorbij trekken.

Die velden vol bloemen waren heel leuk om te zien, want die planten leken wel lange rollen die op de grond lagen. De bloemen schoten daar als pijlen uit omhoog. Pas aan het eind van de stelen zaten die mooie blauwe bloemetjes. Ik hoorde haar zeggen dat ze zelfs in de camper de lavendel kon ruiken. Wij helaas ook. Die blauwe bloemen heten dus lavendel. Op vakantie leer je nog wel eens wat.

Sommige mensen vinden lavendel zo lekker ruiken, dat ze die bloemetjes in zakjes doen en overal in hun huis ophangen. Je moet er toch niet aan denken!

IMG_20180803_153558

Wij muizen haten de geur van lavendel, dus wat ons betreft mocht het fraaie uitzicht snel veranderen. Soms gebruiken mensen lavendelolie om ons uit hun huizen te weren. Dat stinkt zo verschrikkelijk, voor ons tenminste wel, dus dan blijven we wel uit de buurt en lopen met een grote boog om zo’n huis heen.

We werden op onze wenken bediend, de lavendel verdween uit zicht. De glooiende heuvels waren wel bedekt met gras en bloemen, maar die stonken tenminste niet. In de verte zagen we hele hoge bergen. Zij zei dat dat de Pyreneeën waren. Een brede rij van links naar rechts zover het oog reikt. En wat waren die bergen hoog!

Na wat wij toch wel een erg lange reis vonden, stopte de camper. Zou dit onze nieuwe stek zijn. Hij en zij stonden uit hun stoelen op en wij maakten ons op om een sprintje te trekken richting de deur.

Maar helaas, hij en zij ruilen alleen van plaats. Zij ging achter het stuur zitten en we reden gewoon verder.

Het landschap veranderde steeds. Net als de wegen. Dan smal en rustig en dan weer breed en heel druk. De rit duurde uren. Af en toe zagen we rivieren. Wow, ze hebben in Frankrijk wel veel van die hele grote rivieren, zeg!

Aan iedere reis komt eens een einde. Zo ook aan deze. Ik kon het aan hem en haar merken dat we het eindpunt van deze trip naderden. Ze werden een beetje onrustig, vond ik.

Nog even zijn we ons wild geschrokken. De weg liep langs een vliegveld en er kwam een vliegtuig, het lijkt wel een enorme vogel, met donderend geraas over de camper, op weg naar de landingsbaan.

Sophietje gaf een gilletje. Ze was bang dat het een reuzen uil was die overvloog. Gelukkig maakte dat vliegtuig zoveel kabaal dat hij en zij haar gilletje niet gehoord hebben.

Kort daarop stopte de camper op een camping. Hij en zij werden vriendelijk begroet. Ze waren hier vast al eerder geweest. Ze zochten een mooi plekje uit en installeerden zich op het grasveld. Natuurlijk weer met een glaasje van die zalig ruikende wijn.

Helaas hier geen Gremlin, dus moesten we ons een beetje schuil houden in de schaduw van de banden, maar die zijn na een lange rit zo warm. Een boom niet ver van de camper was een betere optie.

Met z’n vijven overlegden we wat we zou gaan doen. De voorraad eten was op, dus we moesten op eten uit, maar waar?!? Ach, op een camping is altijd wel wat te vinden. Broodkruimels vind je overal, zeker in Frankrijk.

 

Tweeluik foto: gemaakt van schilderijen bij mij in de tuin

Lavendelzakjes: zelf gemaakt

 

 

 

.

 

Hoofdstuk 55

 

house-mouse-3421139_960_720

Henriëtte Josephine, maar zij noemt me MUIS

Hoofdstuk 55 – We gaan weer!

We verbleven al een paar dagen in het muizenholletje onder de veranda. Inmiddels al zo gewend aan de omgeving, dat het eigenlijk al als een soort thuis begon te voelen.

Overdag konden we lekker spelen met de honden, of een dutje doen in de schaduw van Gremlin. Het was heerlijk.

De aangevreten maïs was op het vogelvoederplateau gelegd, maar daar konden we gelukkig makkelijk bij. De honden zorgden er met veel lawaai wel voor dat er geen vogel in de buurt meer dorst te komen. Sneu voor die vogels, maar mooi meegenomen voor ons.

mouse-930756__340

We leefden een leven als God in Frankrijk. Lekker lui en niets moest.

Het was avond, de mensen zaten op het terras aan tafel en we roken dat ze een glaasje wijn dronken. O, wat ruikt dat toch lekker.

Hortense was wat aan het scharrelen in de tuin en was in de buurt van het terras terecht gekomen. De mensen zaten nog steeds te praten onder het genot van een glaasje wijn en kaas. Dat kon ze niet zien natuurlijk, maar ze rook het wel. In de hoop dat er wat zou vallen, was ze onvoorzichtig dichtbij de mensen gekomen.

Ja hoor, daar viel een stukje kaas! Terwijl hij het wilde oprapen hoorde Hortense hem zeggen dat ze de volgende dag zouden vertrekken. Omdat hij door iets werd afgeleid bleef het stukje kaas liggen en Hortense pikte het snel weg en liep snel naar ons holletje.

Het werd dus weer tijd om terug te gaan naar de camper. Tenminste, als we met hem en haar verder mee wilden reizen.

Onder het genot van het brokje kaas hebben we onze plannen doorgenomen.

Hortense vond het eigenlijk wel jammer dat we verder zouden gaan, ze was zo dol op Gremlin. Aurélia en Sophietje vonden het prima dat we weer met de camper op reis zouden gaan, want die roepende uilen vonden ze maar niets.

Tja, dat was even slikken voor Beau en mij. Was het moment daar, dat ons kind haar eigen weg zou volgen? Zou ze hier willen blijven?

Hortense zag dat wij het er moeilijk mee hadden. Ze kroop stilletjes in een hoekje van het holletje. Zelfs de kaas kon haar niet verleiden bij ons te komen zitten. Ze hakte de knoop door en vertelde, dat ze gewoon met ons mee zou gaan.

Gremlin is een schatje, maar hij is wel hond. Ze wilde graag bevriend met hem zijn, maar een toekomst was er voor hun niet. Misschien dat hij en zij van het grote huis nog wel een keer terug gingen. Dan zou ze hem misschien nog wel eens kunnen zien.

Was is ze toch verstandig; onze kleine meid.

Hij en zij zouden morgen toch de deuren van de camper nog moeten openen, dus konden we nog één nachtje in ons “vakantieholletje” doorbrengen.

Het zonnetje stond al hoog aan de hemel en de temperatuur liep al behoorlijk op toen hij en zij met Irene nog een laatste kopje koffie dronken op het terras.

Wij waren al dicht bij het trapje van de camper gaan liggen, samen met Gremlin, die geen centimeter van de zijde van Hortense week.

20150505_154150_1534541838444

Om beurten kwamen de andere honden gedag zeggen om vervolgens weer te gaan spelen op het gras langs het pad.

De deuren van de camper stonden al open. Toen we hem en haar samen met Irene hoorden aankomen, zijn we snel naar binnen gegaan. Gremlin stond met zijn voorpootjes op de bovenste trede en keek hoe wij ons op ons eigen plekje, onder de bank bij de watertank, installeerden.

Na nog een laatste omhelzing stapte hij over Gremlin heen en stapte in. Zij tilde Gremlin op en gaf hem aan Irene. De deur werd dichtgedaan, de moter gromde en langzaam rolde de camper naar het grote witte hek.

We dorsten niet te kijken, bang betrapt te worden, maar hoorden dat de honden vrolijk blaffend met de camper mee holden.

Vakantie vieren is leuk hoor, maar telkens weer afscheid nemen van (nieuwe) vrienden maakt me heel verdrietig.

Achter het hek lag vast wel een nieuw avontuur. Nieuwe plaatsen, misschien weer nieuwe vrienden. Wie zal het zeggen.

We hadden geen idee wat onze nieuwe bestemming zou zijn.

 

Foto’s muisjes: Pixabay

 

 

Hoofdstuk 54

mouse-930794_960_720

Henriëtte Josephine, maar zij noemt me MUIS

 

Hoofdstuk 54 – Een feestmaal

We zaten met z’n vijven in het oude holletje van die stinkmuis, oeps wat zeg ik nu – ik bedoel spitsmuis. De honden zijn een tijdje geleden naar binnen gegaan om te eten en niet meer naar buiten gekomen.

Wij moesten nog een poosje wachten, voor we op stap konden voor die heerlijke mais. Het was maar te hopen dat de mensen het wel op tafel hadden laten liggen, anders was deze hele onderneming voor niets geweest.

Voor niets is misschien wat sterk uitgedrukt. Eigenlijk was het wel fijn om weer eens in een echt muizenholletje te zijn. De camper was prima, zeker met die heerlijke zachte pluizen om in te slapen, maar er gaat niets boven een echt holletje.

Langzaam viel de avond over Mauroux. De ondergaande zon zorgde voor prachtige kleuren aan de hemel.

FB_IMG_1532169472978_1532170788302

Nog even wachten tot het goed donker werd en we er zeker van waren dat de mensen in bed lagen.

Om ons heen begonnen de nachtdieren te ontwaken. In de boom iets verderop hoorden we een nachtegaal zingen. Wat was dat mooi! Zo helder, zo teer en dat in combinatie met die mooi gekleurde lucht; ik kreeg er helemaal romantische kriebels van en kroop in het donkere holletje dicht tegen Beau aan.

Ons romantische gevoel werd abrupt de kop ingedrukt doordat de honden al rennend en blaffend over de veranda naar buiten kwamen. Griebeltjes, wat een kabaal!

Gremlin kwam ons vertellen dat de mensen zo naar bed gaan en dat zij dan altijd nog even mogen rennen en dollen.

Het werd ook tijd, want onze magen begonnen te grommen als gekken. Maar het vooruitzicht van die goudgele mais maakte veel goed.

Na verloop van tijd hoorden we dat de honden werden geroepen en we zagen hem en haar naar de camper lopen. Het werd stil buiten, op het zingen van de nachtegaal na dan.  We luisterden aandachtig of we nog andere geluiden hoorden. Ja hoor, een uil, maar dat was gelukkig heel erg in de verte.

Ook hoorden we geritsel in de struiken verderop, maar we roken niets verontrustende. Gremlin had ons verteld dat er wel eens een hert voorbij kwam, maar ook de hazen en konijnen lieten zich wel eens gezien. Als dat alles was, dan hadden we daar niets van te duchten.

Sophietje zag ons uitstapje naar het terras nog niet echt zitten, want het geroep van die uil joeg haar weer angst aan. Het zat wel echt diep bij dat kleintje, hoor. Begrijpelijk natuurlijk, als je hele familie is uitgegroeid door zo’n engerd.

Beau stelde voor dat Sophietje dicht bij hem zou lopen, dan kon hij haar goed in de gaten houden.

Met z’n vijven gingen we op weg. Achter de struiken door, vlak langs het huis. Bij het terras aangekomen klommen we via de tafelpoten naar boven.

Ja hoor, daar lag ons feestmaal!

Mooi glanzend, goudgeel straalde de maïs ons tegemoet. Haast zouden we onze voorzichtigheid vergeten, maar Beau floot ons terug. Hij zou eerst wel even gaan kijken of het in orde was.

Na wat snuffelen en een klein hapje keerde hij zich met een grote grijns naar ons toe. “Meisjes” sprak hij “het is een uitstekend maisjaar. Tast toe en laat het u smaken. Bon appétit!”

Met gretigheid doken we met z’n allen op de maïs. O, wat smaakte dat zalig! We aten ons dik en rond. Waren helemaal vergeten dat we ook nog terug moesten naar het holletje. En dat we eerst nog een afdaling langs de tafelpoot moesten maken.

Onze grote, stoere Beau ging eerst en wij vieren volgden. Als olifanten hielden we elkaars staart vast, zodat de kans op neerstorten toch een tikkie verkleind werd.

Aangekomen in het holletje vielen we als een blok in slaap.

We werden gewekt door een opgewonden Gremlin. Zijn vrouwtje was woest geweest vanmorgen. Er waren muizen geweest vannacht die haar mais op tafel hadden aangevreten! Haar mooie maïskolven die ze voor de sier op tafel had gelegd.

We rolden over de vloer van het lachen. Ook Gremlin had dikke pret om het voorval.

 

Foto van muizen en mais: Pixabay

Hoofdstuk 53

roughage-2701476_960_720

Henriëtte Josephine, maar zij noemt me MUIS

Hoofdstuk 53 – Mais en nog veel meer

De vier grote honden kwamen naar ons toe en gingen in een kring om ons heen liggen. Het is dat Gremlin had verteld dat ze allemaal heel vriendelijk waren, want het was best een beetje intimiderend. We zaten “opgesloten”. En dat is iets wat een vrije muis absoluut niet prettig vindt.

Gelukkig waren ze allemaal heel aardig en al snel hadden we veel plezier.

Hij van het grote huis kwam nog even iets uit de camper halen en zag alle honden in een kringetje voor de camper liggen. “Zo, jongens, zijn jullie lekker in de schaduw gaan liggen. Groot gelijk, verstandig zelfs.” Daarna liep hij weer naar het terras aan de andere kant van het huis. Pfff, dat was op het nippertje. Hij had gelukkig niet gezien hoe wij met z’n viertjes tussen de pootjes van Gremlin lagen. Sophietje was achtergebleven in de camper. Ze moet nog even wennen aan al die honden. Maar, ik weet het zeker; dat komt goed.

Na een poosje gingen de grote honden weer spelen en bleef Gremlin bij ons. Wat een leuk, klein hondje is het toch.

Nadat de grote honden waren gaan spelen dorst Sophietje ook naar buiten te komen en kwam gezellig bij ons zitten.

Beau stelde voor dat Aurélia op de meisjes zou passen terwijl hij en ik op zoek zouden gaan naar eten. Hondenbrokjes zijn prima als er niets anders te vinden is, maar hebben niet onze voorkeur. Gremlin zou bij hun in de buurt blijven. Niet dat ze gevaar zouden lopen met zoveel honden in de buurt, maar in de hoge bomen rondom het huis zaten nog wel eens uilen.

Toen Sofietje dat hoorde was haar eerste reactie; terug naar de camper. Maar Gremlin wist haar ervan te overtuigen dat ze echt geen gevaar liep, zolang ze maar dicht bij hem bleef.

Beau en ik gingen met gerust hart op stap. Eerst maar eens kijken op de veranda. Maar daar lagen alleen wat kruimeltjes brood. Die hebben we, met enig schuldgevoel, meteen opgegeten. Altijd lekker. Wat ons wel opviel was dat er een spitsmuis geur vanonder de vloer kwam. Mensen kunnen dat niet ruiken en de honden waren er vast aan gewend. Misschien kwam het wel uit het holletje waar destijds die vreemde muis heeft gewoond. Later maar eens onderzoeken, als er tijd voor is. Nu eerst eten zoeken.

Verderop stond een schuurtje waar de deur open van stond. Helaas, daar stonden alleen tuinmeubelen en andere dingen, maar te eten was er niets.

Vanuit de deur van het schuurtje zagen we het terras waar hij en zij en Irene, het vrouwtje van Gremlin, gezellig zaten te praten.

Maar wat lag daar op de tafel?!?

Voorzichtig liepen we achter de planten langs richting het terras. Ja hoor, daar lag mais op de tafel en nog veel meer lekkere dingen!

Zolang die drie mensen daar rond die tafel zaten was het voor ons onmogelijk om erbij te komen. We zouden moeten wachten tot ze zouden gaan slapen.

Slapen …… maar dat doen hij en hij in de camper en dan gaat de deur dicht en kunnen wij niet meer naar binnen.

Tja, wat nu. In het donker kan er van alles gebeuren. Wat te denken van die enge uilen die dan zo beangstigend kunnen roepen en geruisloos aan komen vliegen. Misschien maar even overleggen met de anderen.

Terug bij de camper legden we het probleem voor. Sophietjes schrok zich al wild bij het woord uil, maar het was wederom Gremlin die haar gerust stelde.

Hortense, wat is het toch een slimme meid, stelde voor het oude holletje onder de veranda, van die spitsmuis, eens te gaan bekijken, want dat lag veel dichter bij het terras. Misschien konden we daar dan de nacht doorbrengen. Van daar konden we achter en onder de planten door het terras bereiken en hoefden we voor de nacht niet terug naar camper.

Met z’n vijfjes gingen we op onderzoek uit in het holletje van die spitsmuis. Dat viel helemaal niet tegen, zag er prima uit. Alleen die lucht hè, bluhhh ….. Maar ja, het was de enige manier om in het donker bij die mais te komen. We hadden het er voor over.

Er lagen nog wat oude spulletjes van die muizen en dat hebben we allemaal naar buiten gebracht en zowaar, de lucht klaarde wat op. De stank was niet weg, maar veel minder. Mensen mogen blij zijn dat ze dat niet ruiken. Je zal het maar in je huis hebben. Nu was dit buiten onder de veranda, dus dat scheelde.

 

Foto: Pixabay