Hoofdstuk 63

flamingos-2378299_960_720

Henriëtte Josephine, maar zij noemt me MUIS

Hoofdstuk 63 – Flamingo’s, paarden en stieren

Eigenlijk zouden we vandaag het liefst een beetje gaan doezelen in het zonnetje, want we zijn een beetje moe. Afgelopen weken hebben we ook zoveel meegemaakt. Maar hij en zij willen ook vandaag weer op stap.

Omdat we niet weten of we hier ooit nog terug kunnen komen, gaan we toch maar mee. Het is zo spannend, al die dingen die we meemaken.

Geen gewandel vandaag, maar ze gaan met de fiets weg. Op de gebruikelijke manier glipten we weer in de fietstassen.

Ze reden over mooie paden door de moerassen van de Camargue. Wat was het hier mooi. Moerassen, zover je kon kijken.

Plots vlogen er met veel gekras een heleboel grote roze vogels over. Hij en zij stapten van hun fietsen af en keken toe hoe die vogels op het water landen. Sommige vogels gingen meteen met hun kop onderwater en anderen gingen op een poot staan. Rare vogels hoor. Uit het gesprek van hem en haar bleek dat die vogels Flamingo’s zijn. Thuis hebben we best veel vogels in de tuin, maar zo groot en in deze kleur hadden wij ze nog nooit gezien. Ze waren wel heel bijzonder om te zien.

Na wat gedronken te hebben gingen ze verder met hun fietstocht, terwijl we in de verte nog steeds het ruisen van de zee konden horen.

Langs de route zagen we hele leuke witte huisjes met van die mooie gekleurde luiken. Soms helder blauw, maarnook wel groen ofobruin. Dit soort huisjes hadden we tot nu toe nog nooit ergens gezien tijdens onze reis.

“Ach, kijk toch eens. Wat schattig, die veulentjes. Bijzonder hè! De veulens van de echte Camargue paarden worden bruin geboren. Net als bij Lippizaners; hoewel, die worden zwart geboren, toch?!?” Vertederd stond zij naar de paarden te kijken. Ze probeerde ze wel te roepen, maar ze reageerden niet.

scene-of-the-camargue-6-2493873__340 (1)

Zijn aandacht werd meer getrokken door iets  wat zich verderop afspeelde. Daar waren gardians, zeg maar de cowboys van de Camargue, met hun tridents bezig de stieren op te drijven.  Die stieren leken ons wat kleiner dan de koeien die we onderweg hadden gezien, maar ze leken ons wel heel erg sterk en woest. Of zou dat komen door hun donkere vacht en die scherpe horens.

Wij vonden het eigenlijk een beetje eng en waren dan ook blij toen hij en zij besloten terug te gaan naar de camping.

windmill-gard-2541491__340

Het was nog best een eind rijden en zowel Beau als ik waren in slaap gedommeld. Aurélia wekte ons toen we weer bij de camping waren.

De rest van de middag hebben we in het zonnetje liggen luieren. Af en toe werden we lastiggevallen door wat agressieve muggen, maar die konden we snel op andere gedachten brengen.

Aurélia en Sophietje stelden voor dat wij de rest van de middag rustig aan zouden doen. Zij zouden wel op zoek gaan naar iets te eten. Eerst wilden we nog wat tegenstribbelen, maar we waren zo moe, dat we hun aanbod toch maar aannamen.

Zouden we oud worden of waren het de emoties van de afgelopen tijd, maar we waren echt heel erg moe en vielen dicht tegen elkaar aan in een diepe slaap.

Toen we wakker werden zagen we dat Aurélia en Sophietje alweer terug waren. Het bleek dat we een paar uur hadden geslapen.

De beide meisjes hadden ontdekt dat er verderop op de camping een huisje was waar mensen buiten aan tafeltjes wat gingen eten. Daar lagen stukjes van allerlei heerlijkheden op de grond. Te veel om mee te nemen, dus stelde ze voor dat we daar met z’n viertjes naar naartoe moesten om wat te gaan eten. Ze hadden ook ontdekt dat daar een bakje vers water op de grond stond. Eigenlijk was dat voor honden, maar die missen vast die paar slokjes van ons niet.

Die avond aten we onze buikjes dik en rond. Veel te veel eigenlijk, maar het was ook zo lekker.

Het was al donker toen we terug liepen naar de camper. Eigenlijk was het best ver met zo’n volle buik.

Aangekomen bij de camper, bleek de deur al dicht te zijn. Oeps, waren ze al naar bed? Dan maar een plekje zoeken in de beschutting van wat struikjes. Dat waren we niet gewend, buiten slapen. Eigenlijk vond ik het ook wel een beetje eng. Stel je voor dat …..

Gelukkig hadden we hier nog geen uilen gehoord. Het enige wat de stilte van de nacht doorkliefde was het ruisen van de zee en het concert van de vele cigales. Eigenlijk een heel rustgevend geluid.

De nacht viel als een deken over de Camargue.

 

Foto’s Pixabay

 

 

 

 

Hoofdstuk 62

20150509_140537

Henriëtte Josephine, maar zij noemt me MUIS

Hoofdstuk 62 – Strand en Saintes-Maries-de-la-Mer

Afgelopen nacht geslapen als een roosje. Wat een paar druppels wijn al niet kunnen doen. Niet zoveel als een tijdje terug toen we onderweg waren van Puy- l’Eveque naar Mauroux, want toen waren het wat drupjes teveel. Vanmorgen dus geen kater.

Hij en zij willen vandaag eerst naar het strand. Ook weer zoiets, geen idee wat dat is. Nu maar hopen dat we mee kunnen. Dus we moeten ze maar even goed in de gaten houden.

Ja hoor, daar is die rugtas weer. We staan al in de startblokken om er in te springen. Wat maken we deze reis toch een hoop dingen mee. Terwijl hij achter uit de camper wat flesjes water pakt, rommelt zij wat in de kastjes en pakt allerlei lekkere dingen om in de tas te stoppen.

Toen ook zij even de camper uitging, sprongen wij 1-2-3 in die tas. Ziezo, wij waren binnen. Sophietje was door het dolle heen, ze vindt het allemaal erg spannend. Wij eigenlijk ook wel, maar Beau en ik zijn er nog niet helemaal bij. Hortense zit nog zo in ons hoofd. Het is nog naar zo kort geleden.

Hij hing de tas op zijn rug en we hoorden hem de deur afsluiten en voelden dat hij ging lopen. Op naar het strand!

Na een tijdje hobbelen stopten ze en hij zette de tas op de grond. Voorzichtig keek Beau even naar buiten. “We zijn bij de zee” vertelde hij. “Je weet wel, die hele grote plas water”.

Hij en zij hadden een grote lap op de grond gezet. Net zoiets als waar Beau pluizen uit geplukt had voor ons bedje. Maar dit was een andere, want hier zaten geen gaatjes in.

Zo raar, ze gingen ineens hun kleren uittrekken, naar hielden nog wel wat kleine stukjes stof aan. Vervolgens holden ze naar de zee en sprongen er zomaar in! Wat dapper zoveel water, dat zouden wij echt niet durven.

We wilden die zee wel van dichtbij bekijken, dus voorzichtig liepen we met z’n viertjes naar het water. Wat rook dat water vreemd!

Beau had het ook geroken en zei dat hij het wel even van heel dichtbij zou gaan bekijken. Behoedzaam liep hij naar het water, maar het water kwam al naar hem toe rollen. Nou ja zeg …..

Het water ging zo tekeer, dat er aan het randje schuim op kwam te staan. Een beetje van dat schuim bleef op het zand liggen. Het zag er best lekker uit en Beau nam er een hapje van. Hij trok een heel vies gezicht en kwam snel naar ons toe gerend.

“Niet naar dat water toe. En er zeker niet in! Dat water is niet goed, hoor. Zo vies, het smaakt zout. Volgens mij wordt je daar vreselijk ziek van.”

Hij en zij zaten nog steeds in dat water en zagen er echt niet ziek uit, dus mensen zullen wel geen last hebben van dat vies smakende water.

Wij zaten naast een grote steen te genieten van het zonnetje en vonden zowaar ook nog iets lekkers te eten in het zand. Dit was best genieten, ook voor muizen.

Hij en zij kwamen uit het water en gingen op die grote lap stof liggen. Ze wilden opdrogen en dan verder lopen over het strand. Oh, dus strand is eigenlijk gewoon zand! Wat doen die mensen soms toch moeilijk.

Het werd tijd om weer in de tas te kruipen. Net op tijd, want zij haalde er een flesje water uit en gaf de tas aan hem. En, we waren weer op weg.

Dat hobbelen in die tas is zo lekker, je wordt er gewoon loom van. Het is dat we alles willen zien, want anders zouden we zo in slaap sukkelen. Het flesjes water lekte een beetje, dus we hadden wat te drinken. Best prettig, want het was heel warm in die tas.

We zagen dat ze van het strand naar het stadje liepen. Het zag er daar allemaal wel heel gezellig uit. Smalle straatjes met allemaal winkeltjes en terrasjes en het was er hartstikke druk. Wat veel mensen.

Provence+-+Camargue+Saintes-Maries-de-la-mer

Op een plein vlak bij de zee zagen we een heel groot beeld van een stier. Zij vertelde dat die stier Vovo heette. Hij was heel beroemd geworden door de stierengevechten in de arena. Gelukkig worden de stieren in de arena’s van de Camargue niet gedood.

20150509_120428

 

Overal in het stadje zagen we bij de huizen van die dingen hangen met punten en iets wat op een hart lijkt. Zij vertelde dat het het Camargue kruis is. Het staat voor drie dingen, het kruis voor het geloof, het anker voor de hoop en het hart voor het goede doel.  Het kruis bestaat uit  drietandige vorken, tridents, werktuigen die de gardians, zeg maar cowboys, gebruiken bij het drijven van de stieren.

We waren eigenlijk wel een beetje moe geworden van alles wat we gezien en geleerd hadden vandaag en vonden het dan ook helemaal niet erg dat hij en zij besloten weer terug te gaan naar de camping. Sophietje viel onderweg al in slaap. Dat kleintje maakt ook heel wat mee in haar jonge leventje.

 

Foto Saintes-Maries-de-la-Mer: Pixabay

Hoofdstuk 61

horses-3645326__340

Henriëtte Josephine, maar zij noemt me MUIS

Hoofdstuk 61 – De Camargue

Afgelopen nacht heb ik goed geslapen en werd uitgerust wakker. Wat zou deze nieuwe dag ons brengen. Blijven we hier of gaan we verder.

Het antwoord liet niet lang op zich wachten. We gingen verder.

Verder betekent een nieuw avontuur, maar ook dat we steeds verder van Hortense geraken.

“Henriëtte Josephine, ophouden met het hebben van zelfmedelijden. Je kind is gelukkig, dus moet jij niet gaan zitten janken. Ga door met je leven en maak er iets moois van.” Zo, ik heb mezelf even stevig toegesproken.

We hebben zeker een paar uur gereden, toen het licht in de camper anders van kleur werd. Lichter, stralender. Hoe kan dat nu?!?

Samen met Beau keek ik uit het raam. Het landschap was veranderd. We zagen veel water en riet en zelfs hier en daar paarden die in het water stonden.

horses-2591486__340

Ik had wel eens iets over zeepaarden gehoord. Zouden dit dan die zeepaarden zijn?

Volgens Beau zou dat mooie licht best eens door de schittering van al dat water kunen komen. Dat zou best kunnen, mooi was het in ieder geval. We keken onze ogen uit en ook Aurélia en Sophietje genoten van het uitzicht.

We naderden een stadje, Saintes-Maries-de-la-Mer, wat een bijzondere aanblik was. Lieflijke witte huisjes met veelal blauwe luiken en een strooien dak, heel veel maneges, een haventje en een kerk en dat alles omringd door zee en moerassen.

20140525_122926

Net voorbij het stadje lag de camping, pal aan zee. Ik vond dat er in de rivier de Lot veel water zat, maar in die zee zat nog veel meer water. Zover je kon kijken en dan nog verder. Ook bij de camping zagen we weer van die witte paarden staan, maar nu gewoon in een weide.

Die paarden zie je hier echt overal. Hoeveel het er zijn; ik zou het niet durven zeggen.

Hij en zij wilden weer met de fiets weg, maar Beau en ik hebben besloten dit keer even niet mee te gaan. We zijn moe en gaan even een dutje doen.

Aurélia en Sophietje hadden wel zin in een tripje, dus zij stapten in de tas en …. weg waren ze. Voor het eerst sinds lange tijd waren Beau en ik samen. We voelden ons ineens oud.

Terug op de camping vertelden Aurélia en Sophietje honderduit over wat ze allemaal wel niet hadden gezien.

Ze waren erg onder de indruk van die grote kerk, het hart van het stadje.

CAM01910.jpg

Maar ze spraken ook over stoer uitziende mannen die op van die witte paarden door het stadje gingen. Soms met fraai geklede dames die schrijlings voor hen zaten.

Beau en ik hadden meteen spijt dat we niet toch mee waren gegaan. Misschien kregen we morgen nog een herkansing, want we hadden hem horen zeggen dat ze hier wel een paar dagen wilden blijven.

Toen het etenstijd was, gingen hij en zij buiten aan de tafel zitten. Wij konden ons in de schaduw van een Mimosa struik schuil houden. Er zou vast wel iets vallen, al waren het maar brood kruimels.

Straks maar eens verder op de camping op onderzoek uit gaan. Het was heerlijk warm, dus hij en zij zouden nog wel een tijdje buiten blijven zitten. Ach, een nachtje in de buitenlucht is met deze temperaturen ook geen ramp.

In de verte konden we de zee horen ruisen, wat een heerlijk geluid. Daar zouden we straks vast heerlijk bij kunnen slapen.

Wat was het hier mooi en wat rook het hier heerlijk, beetje zout. Hoe zou dat toch komen?!?

Hij en zij waren klaar met eten en ruimen hun spulletjes op. Wij zagen onze kans schoon en scharrelden snel wat kruimels bij elkaar. Heerlijk joh, kruimels van die lange broden.

Toen hij en zij weer buiten gingen zitten met hun koffie, wat ruikt dat toch lekker, vonden wij het tijd om op onderzoek uit te gaan.

Langs heggetjes konden we ongezien over de camping lopen en kwamen we aan bij een witte muur, na even zoeken vonden we een hek waar we onderdoor konden. Daarachter zagen we meerdere grote bakken water met mensen erin. Wat deden die toch?!

Screenshot_20180922-113843~2

Her en der lagen plasjes water en dat kwam goed uit, want we hadden best dorst. Voorzichtig zochten we zo’n plasje water uit wat een beetje in de schaduw van een stoel lag. Wat zag dat water in die bak en mooi helder uit. We namen een flinke slok en ……. bluhhhh!!!!! Wat was dat water vies van smaak! Zoiets hadden we nog nooit geproefd. Snel wegwezen hier, straks gaan we nog dood door dat water!

Hek door, langs de muur, terug richting camper. Hij en zij zaten nog buiten bij de tafel. Inmiddels stonden er glazen wijn op tafel en naast de tafel stond een wijnfles. Misschien hadden we geluk en waren er wat druppeltjes langs die fles gelopen.

We hebben die nacht heerlijk geslapen, hihihi.

Foto’s paarden: Pixabay

 

Hoofdstuk 60

 

240_F_102275591_7P8RkRWEESlqnGxdHUiWhmy2DRvSjNpg

Henriëtte Josephine, maar zij noemt me MUIS

Hoofdstuk 60 – Verdriet en Rennes-le-Château

Toen we wakker werden was er meteen leegte. We waren met eentje minder. Hortense had die nacht niet bij ons geslapen, maar bij Hector.

Meteen toen de camperdeur open ging kwamen zij en Hector ons halen. Ze hadden bij de Mimosa struik allemaal heerlijke dingen verzameld. Wat was het een mooi stel en wat keken ze lief naar elkaar.

De grootste angst van Beau en mij werd werkelijkheid. Na het eten vertelde Hortense ons dat de reis wat haar betreft hier stopte. Ze ging niet verder met ons mee. Ze bleef bij Hector wilde met hem verder.

Tranen liepen bij Beau en mij langs onze snuitjes, maar …. het was goed. Ons kind was gelukkig, onze taak zat erop.

Veel tijd om aan het idee te wennen was ons niet gegund.

Hij en zij brachten de camper in gereedheid, dus we moesten verder. Hevig geëmotioneerd namen we afscheid. We moesten haar loslaten en dat doet pijn.

We keken net zolang uit het raam van de camper totdat we die twee stipjes onder de Mimosa struik niet meer konden zien.

Beau wiegde me in slaap, terwijl ik warme tranen huilde. Mijn dochter ……

Toen de camper tot stilstand kwam schrok ik wakker. Mijn eerste gedachte gold natuurlijk Hortense. Tranen welden op, maar ik verdrukte ze. Sterk zijn, mijn kind is gelukkig, dus dan moet ik niet verdrietig zijn. Het leven gaat verder.

We hadden volgens Beau maar een klein stukje gereden en stonden in de schaduw van grote bomen, wat prettig was, want het was al aardig warm. Hij en zij gingen buiten op een houten bankje zitten en haalden dampend warme, heerlijk ruikende koffie uit de camper.

Het bleek dat ze bespraken waar ze naar toe wilden gaan. Ik hoorde iets van Rennes-le-Château. Geen idee wat of waar dat was, maar hij vond het ook een goed plan.

Wij waren in de camper gebleven, buikjes vol van dat heerlijke ontbijt, dus hoefden we ons alleen even onder de bank te verstoppen.

We waren amper op weg en toen stopten ze alweer. We waren op een camping aangekomen.

Het was nog vroeg op de dag en hij en zij van het grote huis wilden er meteen op uit. De fietsen werden van de camper gehaald en we hadden nog net voldoende tijd om in de tassen te kruipen.

Als snel waren we met de fietsen onderweg naar Rennes-le-Château.

Vanuit de fietstas hadden we een prachtig uitzicht over de nevelige vallei, waar Rennes-le-Château amper te zien was.

Screenshot_20180824-124054~2

Na een zware fietsrit door de bergen, wat doen hij en zij dat toch goed, kwamen we bij hun einddoel.

Ze waren best onder de indruk, alletwee. Hij vertelde dat een priester, Bérenger Saunière er destijds voor heeft gezorgd dat de kerk in het dorp zeer fraai is gerestaureerd. Hij voorzag de kerk van fraaie fresco’s (muurschilderingen), waarin hij een groot geheim verstopte. Ontrafeling van dat geheim zou de wereld schokken. Het kerkje zou meer geheimen bevatten. Hij had het over geheime documenten, gecodeerde stenen en een geheim Broederschap. Ohhhh, wat klinkt allemaal heel spannend.

Voor zijn grote boekenverzameling liet Saunière een speciale toren bouwen; la Tour Magdala.  Volgens de verhalen kwam de arme priester aan al dat geld, doordat hij waarschijnlijk nog een andere enorme schat heeft gevonden. Of dat een schat van de Katharen was, of van de Tempeliers is ook weer zo’n mysterie. Het ware verhaal kent niemand. De waarheid is net als het dorp in nevelen gehuld.

Saunière zou ook bewijzen hebben gevonden dat Maria Magdalena de vrouw van Jezus was en dat ze samen kinderen hadden gekregen. Na de kruisiging zou Maria Magdalene met haar kinderen naar Frankrijk zijn getrokken  en hun nazaten zouden nog altijd in Frankrijk wonen.

Al ben ik dan een muis, zo’n verhaal maakt toch wel indruk, hoor.

Zij van het grote huis was ook zeer onder de indruk en haalde ook nog even het boek van Dan Brown aan, de Davinci Code. Aangezien muizen niet kunnen lezen, zei ons dat verder weinig.

rennes-le-chateau-1350216_960_720

Al met al was het een indrukwekkende dag geworden. We waren dan ook blij toe we na een zware tocht weer op de camping waren.

Het bezoek had ons afgeleid van ons verdriet en dat was wel even prettig.

Na nog wat broodkruimels te hebben gegeten, zijn we in ons eigen hoekje gekropen.

Vreemd hoor, zo met z’n viertjes. Ik mis mijn kleine meisje en ook Beau miste haar. Aurélia en Sophietje waren opmerkelijk stilletjes. Beau trok me tegen zich aan en ik voelde zijn snorhaar tegen mijn wang kriebelen. Ik hoop dat Hector net zo lief voor Hortense zal zijn.

Dag lieve Hortense, dag lief meisje, pas goed op jezelf en slaap lekker ……

 

Otteline bedankt voor die mysterieuze foto van Rennes le Château

Overige foto’s zijn van Pixabay

Hoofdstuk 59

 

Screenshot_20180824-121836~2.png

Henriëtte Josephine, maar zij noemt me MUIS

Hoofdstuk 59 – Hector

De volgende ochtend waren we al vroeg weer aan het rijden. Ik hoorde dat hij en zij op visite wilden gaan bij iemand die zij via Facebook had leren kennen. Ze zouden daar één nachtje blijven.

Geen idee over wie ze het hadden, maar zij klonk heel vrolijk, dus werd het vast weer een leuke dag.

Na een behoorlijke tijd zagen we iets gloren aan de horizon. Ik hoorde haar zeggen dat het Rennes-le-Château was.

Het zei ons verder niets, we waren alleen benieuwd naar ons stekkie voor de nacht.

We stopten en er kwam een vrouw met mooi krullend, donker haar naar onze camper toelopen. Hij en zij werden hartelijk begroet en liepen met haar mee naar het huis.

Dat kwam mooi uit, want dan konden wij buiten een kijkje nemen.

We zaten net onder een mimosa struik toen er een heel bijzondere muis aan kwam lopen. Wat was die mooi! Zo’n prachtige vacht en die dikke, wollige staart! Het lijkt wel een eekhoorn.

Wij waren niet de enigen die hem zagen; Hortense zat vol bewondering naar hem te kijken. Dat niet alleen, ze stapte meteen op hem af. Zo had onze kleine meid nog nooit naar een andere muis gekeken.

Wij vonden het ietwat gênant om te blijven staren en liepen de andere kant op. Aurélia en Sophietje hadden een vliegend hert ontdekt en zaten die vol bewondering te bekijken. Wat een groot insect. “Doen jullie wel voorzichtig. Pas maar op dat dat beest jullie niet bijt.”

FB_IMG_1530178769147

Op een fraai plekje onder de Oleander zaten Beau en ik in het zonnetje toen een zware stem tegen ons zei: “Lekker hè!” We keken om en schrokken ons wild ….. een KAT!

“Niet schrikken” zei hij “ik doe niets, want ik lust geen muizen. Mijn naam is Buks en ik neem aan dat jullie de ouders zijn van dat snoesje, waar Hector mee zit te flirten. Hij is aardig van zijn stuk zo te zien.”

We raakten met Buks aan de praat. Verdraaid aardige kat, maar je blijft op je hoede hè, dat zit er nu eenmaal in.

Hij vertelde ons hoe hij aan die vreemde naam was gekomen. Toen de mensen, waar hij bij woont, in dit huis kwamen wonen zat de tuin zo vol met konijnen, dat ze een buks wilden aanschaffen om die beestjes af te schieten. Bij nader inzien vonden ze dat toch wel luguber. Van buren hoorden ze dat de aanwezigheid van katten de konijnen wel op andere gedachten zou brengen, zodat ze vrijwillig zouden gaan verhuizen.

En toen hebben ze hem in huis gehaald. Omdat hij in de plaats kwam van een buks hebben ze hem toen maar Buks genoemd. Hoe komen ze erop!?!

We hoorden geluiden en zagen Hortense en Hector op ons afkomen. Wat keek ze anders, zo volwassen.

Hector keek ons recht aan en zei: ” Wat heeft u een geweldige dochter. Zo lief, zo mooi, zo bijzonder heb ik nog geen ander muisje meegemaakt.” Terwijl hij dit zei, keek Hortense hem aan met een blik, waaruit vertedering, vertrouwen en verliefdheid sprak.

Ik kan je vertellen, alle alarmbellen begonnen te rinkelen. Paniek maakte zich van mij meester.

Deze, overigens heel mooie muis, was bezig het hart van mijn dochter te veroveren. Het leek een goedkoop romannetje, maar het was de werkelijkheid. De moed zonk me in mijn pootjes. Het werd klam en koud rond mijn moederhart. Ik was bezig mijn kleintje, ver van huis, te verliezen aan een slaapmuis. Want dat was dit bijzonder fraaie exemplaar. Een slaapmuis wordt zo genoemd, omdat hij een winterslaap houdt.

Hortense kwam naar me toe. “Wat is hij mooi, hè Mam. Weet je, hij zei zulke lieve dingen tegen me. Ik denk dat ik met hem wel oud zou willen worden.”

Ja hoor, het was zover, ons kleine meisje was niet klein meer, ze was volwassen geworden en onze taak was volbracht.

Die nacht sliepen we slechts met z’n viertjes op ons eigen plekje in de camper.

Hoewel; terwijl Aurélia en Sophietje rustig lagen te slapen hebben Beau en ik hebben die nacht bijna geen oog dicht gedaan. We lagen dicht tegen elkaar aan, zochten steun bij elkaar. En liefdevol likte Beau mijn tranen weg. Zo lief. Wat houd ik nog steeds vreselijk veel van die lieverd. En hij van mij.

 

Otteline bedankt voor de foto van Buks en Hector.

Leny bedankt voor de foto van het Vliegend Hert.

 

 

 

 

Hoofdstuk 58

20180811_113714-COLLAGE

Henriëtte Josephine, maar zij noemt me MUIS

Hoofdstuk 58 – Mooie Dame in het wit

Nadat ze de fietsen op slot hadden gezet, liepen ze eerst naar het winkelstraatje. Het was er druk en je hoorde er heel veel verschillende talen. De mensen waren allemaal heel vrolijk en blij. Er hing een plezierige sfeer.

Hij en zij gingen af en toe een winkeltje in en dan vielen er zakjes in de rugzak en rechthoekige stukjes karton met aan de ene kant een plaatje en aan de andere kant alleen wat streepjes. Wat moet je daar nu mee?!

Ook kwamen er lange dingen in de rugzak. Ze waren van een soort was en er stak een stukje touw of zoiets uit. Zij noemde het kaarsen. Geen idee wat ze ermee wilde doen.

Na een tijdje gewinkeld te hebben liepen ze weer terug naar waar de fietsen stonden, liepen door een groot hek en kwamen op een plein voor die mooie kerk waar ik het over heb gehad. Het was hier druk joh!

Hij en zij liepen naar een muur bij het water. Aan die muur zaten allemaal kranen en er waren allemaal mensen die daar flesjes met water uit die kranen vulden. Zouden ze dorst hebben?

Na een tijdje in de rij te hebben gestaan waren hij en zij aan de beurt. Hij zette de rugzak op de grond en zij ging flesjes in de vorm van een Dame met een mooi wit gewaad, blauwe sjerp en een gouden kroon met water vullen.

Wij waren even uit de rugzak gesprongen, want met z’n vijfjes wordt het best benauwd. Ik wilde als laatste achter de rugzak wegkruipen toen er een hele grote zware man boven op mijn staart ging staan. Ik gilde het uit. Wat een pijn en hij bleef gewoon staan terwijl ik gilde en gilde.

Uiteindelijk liep hij verder en konden wij kijken of mijn staart nog heel was. Hij zat er gelukkig nog aan, maar was wel gekneusd of misschien zelfs gebroken.

Beau hielp me achter de rugzak vandaan te komen. Hij en zij stonden met andere mensen te praten, dus we hadden even de tijd. We hadden Aurélia gevraagd met de meisjes terug in de rugzak te kruipen en die twee een beetje in de gaten te houden.

Het leek Beau een goed plan om dichter naar die kranen toe te lopen en dan wat fris water te drinken en eventueel mijn staart wat te verkoelen, want die deed waanzinnig veel pijn.

Strompelend, ondersteund door Beau, liep ik naar de kraan. Gelukkig hadden de mensen geen aandacht voor ons en konden wij wat van dat water drinken. Het kan verbeelding zijn hoor, maar het water was anders. Heerlijk fris en koel, maar toch anders.

Beau waste heel voorzichtig mijn staart met dat water. Eerst deed dat gruwelijk veel pijn, maar die pijn werd minder. Wonderlijk hoor.

Hij en zij leken uitgepraat te zijn, dus we haasten ons, zo goed en kwaad als het ging, terug naar de rugzak.

We zaten er net in toen hij de met water gevulde flesjes in de tas liet zakken. Ze waren nog wat vochtig en ik likte her en der nog een druppeltje water op.

Van de kranen liepen ze langs de rivier naar een grot, waar hoog boven de mensen een beeld stond van die mooie Dame in het wit. Was was dat bijzonder om te zien. Dat vond ik niet alleen, maar heel veel mensen keken ook naar Haar. Het was er stil en de mensen waren diep in gedachte. Zoiets hadden we nog nooit meegemaakt.

DSCN7157

Hij en zij liepen verder en staken via een brug de rivier over. Daar waren huisjes waar allemaal lichtjes branden. Het was er heel warm door al die lichtjes.

Zij haalde die lange dingen met dat touwtje uit de rugzak en liep naar een van die huisjes. Stak dat touwtje in het vuur van een van die andere lichtjes en het begon te branden. Dat deed ze met al die andere lange dingen ook. Ze zei dat het kaarsjes waren voor iedereen die ze lief hadden of voor wie er eentje nodig had. We snapten dat niet helemaal, maar het klonk wel heel mooi.

Aan de overkant van de rivier bij die mooie Dame boven de grot begonnende mensen te zingen. Wat bijzonder om te horen, wat mooi!

Na een tijdje liepen hij en zij weer terug naar de fietsen om terug te gaan naar de camping.

Daar aangekomen konden we uit de rugzak kruipen toen hij de fietsen weer achter op de camper vastmaakte.

In de schaduw van een boompje zaten we nog even bij te komen van alles wat we deze dag weer hadden meegemaakt. Plots vroeg Hortense: “Mamma, hoe gaat het met je staart? Doet die geen pijn meer, of houd je je groot. Hij ziet er wel heel normaal uit.”

Op dat moment realiseerde ik me, dat de pijn weg was. Hoe was het mogelijk. Hij was niet dik of gezwollen, helemaal niets.

Kwam het door het water of door die mooie Dame in het wit? Het is een wonder, het wonder van Lourdes.

DSCN7098

Dank U, mooie Dame in het wit.

 

 

 

 

Hoofdstuk 57

 

CAM00875

Henriëtte Josephine, maar zij noemt me MUIS

Hoofdstuk 57 – Lourdes

Uit hun gesprek maakten Beau en ik op dat we in Lourdes waren. Geen idee wat dat voor plaats was, maar dat zouden we vast nog wel merken.

De camping was niet zo groot, grensde aan weides met koeien en vrij dichtbij zagen we hele hoge bergen.

Het was een lange reisdag geweest en toen we de kans kregen glipten we de camper in. Onze buikjes hadden we gevuld met broodkruimels, want die zijn op zo’n camping in Frankrijk altijd ruim voorradig. Het was nog niet eens donker buiten toen we alle vijf in slaap vielen.

We werden gewekt toe hij en zij de camper in kwamen. Wat hoorden we daar nu weer? Het geluid kwam van ver.

Hij en zij hoorden het kennelijk ook, want ze luisterden aandachtig. We hoorden haar zeggen dat het zo mooi klonk die gezangen. En dat ze er naar uitkeek om morgen naar het Heiligdom te gaan.

Liederen, Heiligdom, dat wordt morgen weer een opwindende dag. Nu maar hopen dat we mee konden, want zo’n camping dat is leuk, maar echt avontuurlijk is het niet.

De nacht viel en alles was stil. Je hoorde hooguit in de verte een trein of auto. Hij en zij lagen in bed en wij kropen dicht tegen elkaar aan. Het is kil in de bergen ’s nachts.

IMG_20180219_141432

Ergens in de verte kraaide een haan. Voorzichtig ging ik verliggen en zag dat Aurélia en de meisjes nog sliepen. Beau was weg!?!

Hij en zij zaten buiten aan een tafel te eten. Allerlei heerlijkheden hadden ze uitgestald. Plots zag ik Beau bij een van de tafelpoten zitten met een triomfantelijke grijns. Hij had een stukje kaas bemachtigd.

Nadat we met z’n vijfjes hadden gesmuld van de kaas werd het tijd te bedenken hoe we met hem en haar mee zouden kunnen als ze straks weggingen.

Veel denkwerk was er niet nodig, want hij haalde een grote tas tevoorschijn. Hij noemde dat ding een rugzak en zette het vlak naast ons plekje onder de bank neer. Kijk aan, de oplossing voor ons transportprobleem.

Hortense, wat wordt ze zelfstandig, klom tegen de rugzak op en nam een kijkje binnenin. Enthousiast kwam ze terug. Er was voldoende ruimte voor ons vijven. Ook zaten er voldoende spulletjes in waar we ons onder en achter konden verstoppen. Nu alleen nog het juiste moment om erin te klimmen.

Toen hij aan de achterkant de fietsen van de camper begon te halen leek het ons een goed moment.

We zaten er net in toen zij met een grote zwaai de rugzak op tafel zetten. Pffff, dat was ook maar net op tijd.

Zij begon allemaal dingen in die tas te doen. Twee flesjes water, potdicht, dus daar hebben we niets aan. Een rolletje witte snoepjes, maar die roken heel sterk, afblijven dus maar. En toen vielen er ook nog wat pakjes in de tas. Er zat plastic omheen, maar dat is voor ons geen probleem, daar hebben we tandjes voor.

Tot onze verbazing begon Sophietje te knagen aan een hoekje. Een heel klein gaatje, maar er kwamen heerlijke geuren uit. Iets van fruit of zo en toen ……. de zoete geur van chocolade kwam ons tegemoet. CHOCOLADE!!!

Sophietje werd helemaal dol, die geur, het lekkerste wat ze ooit geroken had. Ze knaagde aan het plastic of haar leven ervan afhing. In korte tijd had ze een behoorlijk groot gat geknaagd. In de opwinding vergat ze alles om zich heen en smulde ze van de granenreep met vruchten en chocolade. Lachend keken wij toe. Sophietje was uit haar schulp gekropen.

Opeens werden we met rugzak en al opgetild. De tas ging dicht; het was aarde donker. We voelde dat de tas door de lucht zwaaide en kwam met een bons ergens tegenaan. We hingen op zijn rug, want als hij wat zei met zijn zware stem, voelde we het dreunen.

We merkten dat ze aan het fietsen waren, want het voelde net zo als in die tassen aan de fiets waar we al eerder in hadden gezeten.

Aan de bovenkant van die rugzak was hij dichtgetrokken met een leren veter, maar dat begon wat te wijken, dus om beurten konden we even naar boven klimmen om te kijken. Tijdens het fietsen zagen we nog weinig bijzonders. Huizen, auto’s, een trein en ook weer een rivier met veel water.

Ze stopten en maakten de fietsen aan een hek vast en liepen over een lange laan.

CAM01834

Aan het einde van die laan stond een heel mooie kerk met een grote gouden kroon. Toen wisten we; dit wordt een bijzondere dag.