Hoofdstuk 71

Henriëtte Josephine, maar zij noemt me MUIS

Hoofdstuk 71 – Wat een lekker ding!

We waren nog steeds onder de indruk van de relatie tussen Aurélia en Claude. Alles wat we verwacht hadden; dit zagen we niet aankomen. We wisten natuurlijk ook niet dat Aurélia warme gevoelens voor Claude had gekoesterd voor ze naar Nederland was gekomen. Ze had er nooit één woord over gesproken.

Om Aurélia en Claude even wat ruimte gunnen, waren wij met z’n drietjes op weg naar het kippenhok. Even een babbeltje met de dames kip en kijken of er nog iets te eten valt.

Bijna bij het kippenhok blijft Sophietje plotsklaps staan. Stokstijf en met grote ogen. 

“Sophietje, wat is er aan de hand? Zeg wat!”

“Wow, wat is dat een lekker ding. Die is voor mij!”

Verbaast kijken Beau en ik in de richting waarin Sophietje staat te staren. Ohhhh, daar kroop een lekkere dikke worm. We begrepen ineens haar enthousiasme.

“O, kind, die worm  ziet er inderdaad wel heel smakelijk uit. Het water loopt je uit de mond hè. Zet ‘m op meisje en pak hem snel”.

In gedachten zagen we haar al smikkelen van de worm.

Sophietje keek ons een beetje wazig aan. “Wormen? Waar hebben jullie het over? Ik bedoel dat lekkere ding daar boven op de dakrand van het kippenhok.

We keken richting het kippenhok en zagen …….. een Relmuis!

Nee hè, niet weer. Een Relmuis, die ze ook wel Zevenslaper noemen, omdat deze muizen 7 maanden winterslaap houdt. Relmuizen zijn heel erg ondeugende muizen. Ze slopen van alles. En het zijn fruit liefhebbers, terwijl wij toch ook wel kunnen genieten van een vette regenworm of een torretje.

Onze Hortense heeft ook al een slaapmuis getroffen. En nu valt ons adoptiemuisje ook alweer voor een langslaper. Wat is dat toch.

Natuurlijk zien Beau en ik ook wel dat het mooie jongens zijn. Ze hebben oogjes om in te verdrinken zullen we maar zeggen. Maar ja, je wilt toch eigenlijk niet dat je kind 7 maanden per jaar in haar eentje stand moet houden omdat haar man in diepe slaap is.

Sophietje hoort zo bij ons, dat we haar inmiddels als onze dochter zien. Het zou toch wat zijn als ook zij, net als Hortense en Aurélia, tijdens onze vakantie hun levenspartner vinden.

Aurélia en Sophietje horen natuurlijk hier in Frankrijk, dus dat zij voor Franse muizen vallen valt nog te verwachten. Maar dat onze Hortense in Frankrijk haar Hector heeft gevonden en daardoor ook in Frankrijk blijft, doet nog steeds pijn.

Niet vooruit lopen op de feiten, want Sophietje heeft nog geen kennis gemaakt met die Relmuis. Wie weet wordt het helemaal niets. 

Inmiddels heeft die Relmuis ook Sophietje gezien. Vanaf die dakrand werpt hij geïnteresseerde blikken op dat kleintje.

Behoedzaam laat hij zich van het dak naar beneden zakken tot op de bodem van het kippenhok. Overdag staat het deurtje altijd open, dus zonder al te veel moeite kan hij eruit.

Ergens moet ik Sophietje gelijk geven. Het is een lekker ding. Die mooie glimmende diep zwarte ogen. En dan die staart! Lang en pluizig, zo mooi. Het lekkere ding is ook best wel groot, wat trouwens niet uitzonderlijk is voor Relmuizen, want die kunnen best 15 cm worden.

Met een stoer loopje, beetje nonchalant, maar ook arrogant komt hij onze kant op lopen.

“Goedemiddag meneer, mevrouw, mijn naam is Bastien en zoals u ongetwijfeld aan mijn grandioze staart heeft gezien, ben ik een Relmuis.

Beau en ik keken elkaar aan. Woorden waren overbodig. Wat een verwaande muis! 

“En wie is dat beeldschone muisje, wat daar achter u verscholen staat, meneer. Als ik naar mevrouw kijk, kan het niet anders dan dat zij uw dochter is. Zo moeder, zo dochter. Wat een schoonheden.”

Oké, ik moet zeggen dat dat gevlei van Bastien wel goed klonk. Het overkomt me niet dagelijks dat ze mij een schoonheid noemen, maar ja, als het zo’n jonkie is die het zegt, dan klopt dat ook weer niet echt. Ik ben niet gek, hahaha.

Sophietje kwam uit de schaduw van Beau en deed een stap naar voren.

“Hallo Bastien, ik ben Sophietje en dit zijn inderdaad mijn ouders.”

Ik zag dat Beau even moeilijk slikte toen Sophietje ons haar ouders noemde. Ook mijn ogen werden vochtig. Wat een geweldig compliment gaf dat kleintje ons. Voor ons is ze ook gewoon onze dochter.

Bastien en Sophietje waren naar elkaar toe gelopen en begonnen wat verkennend aan elkaar te snuffelen.

Beau gaf mij een seintje en samen liepen we richting het kippenhok. Vier was op dit moment teveel, dus gingen wij maar even een praatje maken met de dames kip. Waren we eigenlijk toch al van plan.

Het zal toch niet waar zijn!?! Treft nu ook Sophietje nog de liefde van haar leven? Hoe gaat dit aflopen. 

Foto’s Pixabay.


Hoofdstuk 70

Henriëtte Josephine, maar zij noemt me MUIS

Hoofdstuk 70 – Dit is het!

Een nachtje slapen met z’n drietjes is wel weer wennen hoor. Ik denk dat het ook wel zo zal blijven, want Aurélia had gisteren een bijzondere glinstering in haar ogen. Nu Claude weer een vrij man is zou het best kunnen dat die twee een stelletje gaan worden. Ik moet nog wel even wennen aan Claude, hoor.

Hij en zij van het grote huis zijn inmiddels ook opgestaan en scharrelen wat in de camper rond. Ik weet het niet hoor, maar het zou mij niet verbazen als we binnenkort weer gaan rijden.

Het zal weg gek zijn als Aurélia niet verder met ons meegaat. Maar het doel van haar reis is bereikt. Ze is weer thuis. Het heeft even moeten duren voor ze er was. Ik ben ook heel blij voor haar hoor, maar het stemt me toch wel een beetje droevig.

Als ze voor die tijd maar een fijn huisje heeft gevonden. Dat zou wel heel fijn zijn.

Eindelijk ging de deur van de camper open en konden we eruit. Goed om ons heen kijkend bereikten we de kast in de garage waar Claude woont bij de jampotten.

Er was niemand! Zelfs na wat roepen en piepen kregen we geen reactie. Je wordt als muis op zo’n moment toch wat ongerust. Tenslotte woont er hier wel een zwarte kat die wel een muisje lust. ’s Avonds hoor je ook wel eens een uil roepen. Nou da’s ook niet pluis.

Met kloppend hart liepen we met z’n drietjes de garage uit. Wat nu? Toch nog maar eens roepen.

“Aurélia, Claude, waar zijn jullie? Laat eens wat horen!”

Op dat moment kwam Kenzo de buitengallerij binnen. “O, jullie zijn hier! Ik zocht jullie al. Aurélia wil jullie wat laten zien.”

Pffff, gelukkig, dan is er niets aan de hand. Kenzo wees ons de weg naar een schuur, waar allemaal gereedschap lag opgeslagen. Grote enge dingen, maar ook grote zakken waar voer voor de honden, geiten en kippen zat. Dat is wel heel erg makkelijk, want dan is er altijd wat te knabbelen in de buurt.

Kenzo bleef bij een stelling staan. Op de grond lagen allemaal papiersnippers. Hier was een muis aan het knagen geweest,dat was meteen duidelijk.

Naar boven kijkend zagen we nog net het puntje van de staart van Aurélia uit een rol met papier steken. We roepen haar en meteen stak ze haar koppie met een grote glimlach uit die rol en keek ons stralend aan.

“O, wat fijn dat jullie er zijn. Komen jullie hier even kijken. Via de stelling kun je naar boven klimmen.”

En weg was ze weer. Wat klonk ze vastberaden. Zou ze een nieuw plekje hebben gevonden om te gaan wonen. Wat zou dat fijn voor haar zijn.

Zo’n metalen stelling is niet makkelijk om tegenop te klimmen hoor. Beau en ik hadden er best een beetje moeite mee, maar Sophietje was zo boven. Toen we boven waren, kwam Aurélia uit de rol papier tevoorschijn. Wat keek ze blij. Vlak achter haar aan kwam ook Claude uit de rol gekropen. Verbeeld ik het mij nu, of ziet hij er een beetje verhit en warrig uit. Een blik op Aurélia zei mij genoeg. Die twee hadden samen de nacht doorgebracht!

“Dit is het! Hier gaan we wonen.”

Het drong nog niet eens tot mij door, maar Beau keek nogal verbaasd en vroeg; “We?!?”

“Ja” zei Aurélia “WE gaan hier wonen. Claude en ik gaan hier in deze rol papier wonen. Vannacht hebben we al het nodige knaagwerk verricht. Het wordt echt geweldig en mochten er kleintjes komen dan knagen we gewoon nog wat verder.”

“Jeetje, wat een verrassing! Jullie gaan samenwonen en praten zelfs al over kleintjes. Dat overvalt me wel een beetje hoor. Maar als dit is wat je wil, Aurélia, dan ben ik heel erg blij voor jullie. Laat nu maar eens zien hoe jullie die rol papier uit gaan knagen.”

Ze hadden al aardig lopen knagen, want in het papier was een leuk holletje ontstaan. Van het kapot geknaagde papier hadden ze ook al een leuk nestje gemaakt. Ik kan niet anders zeggen, dan dat het er erg knus en warm uit zag. Aurélia straalde gewoon toen ze ons haar nieuwe huisje liet zien. Ze ziet er echt gelukkig uit.

Beau, Sophietje en ik hebben nog een poosje meegeholpen met knagen. Maar we wilden de tortelmuisjes ook even hun privacy gunnen.

Buitengekomen wilden we even zien of we iets te eten konden vinden, want van dat geknaag hadden we best trek gekregen. Misschien maar even bij de dames kip kijken of ze nog wat graantjes voor ons hebben.

Gerard bedankt voor de foto.

Hoofdstuk 69

CAM00131

Henriëtte Josephine, maar zij noemt me MUIS

Hoofdstuk 69 – Mjam, mjam, dat is jam!

Die grote grijze muis stond ongeduldig met zijn pootje op de plank van de kast te tikken.

“Nou, gaan we nog in beweging komen of hoe zit dat. Je bent toch niet doof hoop ik, want dan sta ik deze hele tirade voor de kat z’n staart te houden. Hallo …..”

Ik was werkelijk verstijfd van schrik, wat een enorme boze muis. Voorzichtig ging ik rechtop zitten en stamelde zachtjes “sorry”.

“Nee maar, er komt geluid uit. Je hebt me dus wel gehoord. Misschien dat je dan ook de goedheid zou willen hebben om op te zouten, weg te gaan, de kuierlatten te nemen, opro……”

Op dat moment duwt Kenzo met zijn neus de deur van de kast verder open.

“Claude, moet dat? Je ziet toch dat je mijn vriendinnetje de stuipen op het lijf jaagt. Durf je wel!”

“Die muis ligt zomaar in mijn kast te slapen en je weet dat ik daar een ontzettende hekel aan heb, Kenzo. Dit is mijn kast. Ze had het op z’n minst kunnen vragen.”

“Claude, laat ik eerst even mijn vriendinnetje aan je voorstellen. Dit is Henriëtte Josephine, ze komt helemaal uit Nederland, dat is heel ver weg, en ze is hier met haar man Beau en onze Aurélia, haar nichtje, en Sophietje, zeg maar een adoptiemuisje.”

Bij het horen van de naam van Aurélia begon Claude te blozen.

“Aurélia?!? Is Aurélia weer thuis! Oh, mijn lieve Aurélia is weer thuis!”

Claude was door het dolle heen en was helemaal zijn boosheid ten opzichte van mij vergeten, gelukkig.

Nu werd het tijd dat ik boos ging worden op die onbehouwen lompe muis.

“Ik begrijp van Kenzo dat je Claude heet. Ga jij altijd zo tekeer tegen muizen die toevallig op je pad komen, Claude? Ik had helemaal geen kwaad in de zin. Toevallig was ik even in slaap gevallen tijdens het wachten op Beau, Sophietje en Aurélia. We zijn namelijk op zoek naar een nieuw huis voor Aurélia, omdat de een of andere onverlaat haar schilderijhuis heeft weggehaald. Vind je het normaal om dan zo tekeer te gaan.”

Ik was gewoon achter adem van opwinding. Normaal trek ik nooit zo fel van leer, maar die muis maakte me zo boos.

Mijn felheid deed Claude schrikken. Aangemoedigd door Kenzo bood hij zijn verontschuldiging aan voor zijn lompe optreden. Hij schaamde zich eigenlijk wel voor zijn gedrag, zeker nu hij wist dat ik familie was van Aurélia. Dan kun je natuurlijk niet anders doen dan zo’n excuus accepteren.

mouse-3194768__340

Zittend voor de kast zat Kenzo alles met verbazing te bekijken.

De deur van het hokje waar de kast staat piepte en Sophietje en Aurélia kwamen binnen.

“O, wat ruikt het hier toch lekker. Hier in deze kast bewaarden de mensen van de buitengallerij altijd een voorraadje heerlijke dingen. Kom Sophietje, gaan we zoeken.”

Aurélia, gevolgd door Sophietje, klom de kast in tot de plank waar wij met Claude zaten.

“Claude!!!!” Aurélia stond met grote ogen daar die grote grijze muis te staren. Ik wist niet wat ik hier nu weer van moest denken.

Claude liep met grote stappen naar Aurélia en fluisterde wat in haar oortjes. Aurélia op haar beurt stortte zich in de voorpootjes van Claude. Wat krijgen we nu?!? We waren met stomheid geslagen. Ook Kenzo had dit niet zien aankomen. Kopschuddend liep hij het hokje uit, al mompelend dat hij er niets meer van snapte; muizen, pffff.

Na hun innige omhelzing maakte Aurélia zich los en wendde zich tot ons. Ze begreep dat enige uitleg wel nodig was.

Het kwam hier op neer. Toen Aurélia naar Nederland was gekomen, was dat eigenlijk een vlucht geweest. Ze was helemaal hoteldebotel geweest van Claude en hij van haar. Echter, Claude had toe al een vrouwtje, Nathalie, en Aurélia wilde niet stoken in een relatie. Nu blijkt Nathalie op een gegeven moment te zijn gegrepen door Titus. Dat heeft ze niet overleefd, dus nu is Claude weer single.

Claude nodigde ons daarop uit om mee te gaan naar zijn holletje, twee planken hoger.

Al klimmend werd die heerlijke geur steeds duidelijker. Toen Claude ons voorging, bleek zijn holletje tussen allemaal potten van de meest heerlijke jam te zitten. Vandaar die zalige geur.

De vrouw van de buitengallerij maakt ieder jaar weer nieuwe jammen en die bewaarde ze dan voor de winter in deze kast. Soms lekt er wel eens iets uit een van die potten, omdat die niet helemaal goed sloot. Zodoende heeft Claude de hele winter door wat lekkers te snoepen.

Aurélia en Claude hadden wel het een en ander te bepraten, dus Beau, Sophietje en ik besloten terug te gaan richting camper in de hoop dat we erin zouden kunnen glippen. We hadden geluk.

Die nacht sliepen we maar met z’n drietjes in de camper. Ons reisgezelschap werd steeds kleiner.

Foto Claude; Pixabay

Hoofdstuk 68

shelf-3190116_960_720

Henriëtte Josephine,maar zij noemt me MUIS

Hoofdstuk 68 – Een eend?!?

Na ons gezellige gekwebbel tijdens het ontbijt met de dames kip moest het er toch van komen. We gingen weer op huizenjacht.

Kenzo kwam aanlopen en waarschuwde ons dat de fret vanmorgen weer was wezen kijken of er iets te eten was. Nu had hij alle kwartels al verzwolgen en de kippen waren zo vroeg het nachthok nog niet uit gekomen. Er viel dus niets te eten. Door het aanhoudende geblaf van Kenzo, Bullit en Canelle had het de fret ook veiliger geleken om elders zijn geluk te beproeven.

Dat was het dus wat we vanmorgen hadden gehoord.

Kenzo deed voor ons de schuifdeur van de buitengallerij weer een stukje open, zodat we naar binnen konden. Via de buitengallerij konden we een kijkje nemen in de garage.

Die garage stond vol spullen, daar moest echt wel een ander plekje te vinden zijn. Ineens zagen we buiten iets.

Misschien wel in dat grote blauwe ding, een soort auto. Kenzo vertelde dat dat de auto van zijn baas was. Ach, die zou hij wel niet meer gebruiken, want de geiten lagen er gewoon bovenop. Dat doen die geiten volgens Kenzo omdat het een lekker warm plekje is als zijn baasje net thuis gekomen was.

“Dus jouw baas gaat af en toe met die blauwe auto op stap, Kenzo?” Dan is dat ook niet echt een goed plekje voor een huis, want dan weet je nooit of je thuis bent of niet.

Verder zoeken dus maar. Misschien verderop tussen al die gevaarlijk uitziende dingen. “Kenzo, wat zijn dat voor dingen?” “Zijn muizen allemaal zo dom? Weten jullie dat niet, dat noemen mensen tuingereedschap. Daar kunnen ze van alles mee doen. Grasmaaien, hout zagen, kuilen graven en nog veel meer. Pas maar op, want dat kan heel gevaarlijk zijn, zeker als er snoeren aan vast zitten. Soms pakt mijn baas zo’n ding en dan gaat het ineens heel veel lawaai maken en vreet het zomaar gras weg. Doodeng. Als mijn baasje dat doet, ga ik maar snel op het terras liggen. ”

Ook weer geen optie dus, het is om moedeloos van te worden. Dan maar weer binnen zoeken in de buitengallerij of de garage.

“Joehoe, Henriette Josephine, kom eens kijken”. Beau stond bij de schuifdeur van de buitengallerij enthousiast te gebaren. Hij had wat gevonden.

Zo snel mijn pootjes konden liep ik er heen. Pffff, ik word toch een dagje ouder hoor, het gaat niet zo snel meer.

“Ik denk dat ik het perfecte plekje heb gevonden voor Aurélia. Een plekje waar Titus vast niet komt. Het ruikt er ook nog eens heel erg lekker.”

Dat wil ik dus wel eens zien. Samen met Beau loop ik door de buitengallerij richting de garage. Daar staat nog een auto. Volgens Kenzo is dat een blauwe eend. Hoezo, een eend? Een eend heeft toch vleugels en twee poten. Deze “eend” heeft deuren en vier wielen. Wie is er hier nu dom?!?

citroen-3371469__340

Dat baasje van Kenzo is zeker wel dol op blauwe auto’s, hahaha.

Beau sleept me mee naar een hokje, achter in de garage. Oeps, wat is het hier donker. Mijn oogjes moeten eerst even wennen. Mijn neus vangt inmiddels wel een heerlijke geur op. Beau begint te lachen en zegt “Lekker ruikt, hè. Ik kan je niet zien, zo donker is het, maar ik hoor je snuffelen.”

Onze oogjes waren gewend aan het donker en we zagen een hele oude kast staan en een heleboel rommel. Muizen bewaren veel oude troep, maar mensen kunnen er ook wat van hoor. Gelukkig stond de deur van die kast een beetje open. Uit die kast kwam ook die heerlijke geur.

“Moeten we Aurélia en Sophietje ook niet even roepen. Tenslotte moet Aurélia hier gaan wonen.”

Beau was het helemaal met me eens en ging op weg om die twee te halen. Kon ik even een beetje uitrusten. Je loopt wat af hoor tijdens zo’n zoektocht naar een huis. Om buiten het zicht van Titus te blijven was ik voor zekerheid in de kast geklommen. Leunend tegen wat plastic zakken en blikjes was ik in slaap gesukkeld.

“Hé, wat doe jij hier? Wat moet dat in mijn kast? Ga lekker ergens anders slapen!”

Ik schrok wakker. Pffff, dat was een enge droom.

“Hallo ….. kunnen we even luisteren! Ik zei toch dat dit MIJN kast is. Ga ergens anders liggen maffen. Wegwezen jij. Ik heb het niet zo op brutale muizen, die mijn huis binnendringen. Opzouten!”

Niets enge droom! Voor me stond een grote grijze muis die me heel woest aankeek. Het was wel duidelijk dat ik me op verboden terrein bevond. Ik had me weer eens in de nesten gewerkt. Waar was Beau nu. Wat moest ik doen?

Foto’s eend en kast; Pixabay

Gerard bedankt voor de foto van de Renault

Hoofdstuk 67

CAM00133

Henriëtte Josephine, maar zij noemt me MUIS

Hoofdstuk 67 – Da’s nog niet makkelijk!

Terwijl Aurélia maar bleef staren naar de twee schilderijen die in de plaats waren gekomen van haar oude huis, stonden Beau en ik eens goed om ons heen te kijken. Er moest toch wel een plekje te vinden zijn voor een nieuw huis.

Waar we stonden was de situatie voor een nieuw muizen onderkomen niet ideaal. Te open, alles was zichtbaar voor Titus de kat en hij kon ook overal bij komen Misschien moesten we het hogerop zoeken.

Uiteindelijk vonden we in een hoek een touw wat vanaf de zolder tot de vloer reikte. Een ideale muizentrap.

In de nok van de ruimte hadden we een prima overzicht. Bovenop een kast zagen we een grote dichtgeplakte doos. Dat vroeg om een diepgaand onderzoek.

Via het touw weer naar beneden en via de zijkant van de kast weer omhoog. Het was een grote witte doos, waarvan het plakband al wat ingedroogd was. Dat was dus geen probleem, dat zouden we zo stuk kunnen knagen. Sophietje was ook op de kast geklommen en met z’n drietjes gingen we de doos te lijf.

We knaagden dat het een lieve lust was. En we hadden er zowaar nog plezier in ook.

Na verloop van tijd lukte het om een kijkje in de doos te nemen. Piepschuim, piepschuim, piepschuim. Leuk om in te spelen, maar om te wonen?!?

Persoonlijk zou ik er niet voor kiezen, maar ja, Aurélia moest er wonen, dus zij moest daarover beslissen.

Aurélia was nog steeds beneden bij Kenzo, dus speelden en ravotten wij wat door het piepschuim. Sophietje klom op de doos en liet zich schaterlachend vallen in een grote berg piepschuim. Wat had dat kleintje een pret.

De lol van het spelen ging er een beetje vanaf, dus riep Beau naar Aurélia dat ze toch ook maar even naar boven moest komen.

Bovengekomen keek ze verrast naar die grote berg piepschuim. “Wat is dat voor troep? Jullie denken toch niet dat ik in die zooi ga wonen! Het kost me tijden om alles op te ruimen.”

Schuldbewust keken Beau en ik elkaar aan. We waren inderdaad wel een beetje wild tekeer gegaan in dat piepschuim. We hadden er echt een puinhoop van gemaakt.

“Aurélia, je hebt gelijk. We hebben er wel een enorme bende van gemaakt. Als we nu helpen dat piepschuim weer in die doos te doen, zou het je dan iets lijken om hier te gaan wonen. Het plekje is lekker hoog, dus Titus zal je niet zomaar verrassen met een bezoek.”

Ze keek nog eens keurend om zich heen. Het zag er natuurlijk wel zacht uit al die kleine stukjes schuim. Daar zou ze best een lekker holletje van kunnen maken.

Ze was aan het wikken en wegen, ze kwam er niet uit. Een nieuw huis moet je natuurlijk wel aanstaan. Een verhuizing doe je niet dagelijks.

“Moet ik echt nu, op dit moment, beslissen of ik hier ga wonen?” vroeg Aurélia. “Zo’n beslissing, da’s nog niet makkelijk hoor!”

We zagen dat ze er nog niet uit was en zeiden haar dat ze natuurlijk nog wel bij ons kon slapen. Dan zouden we morgen wel verder kijken of er nog andere opties waren.

Pfffff, wat keek ze opgelucht.

IMG_20181023_190306

Het werd avond in Lorgues en we gingen, zodra de mogelijkheid zich voordeed, weer snel de camper in. Sophietje was door al het gespring doodmoe en viel direct in slaap. Beau, Aurélia en ik spraken over wat we vandaag weer allemaal hadden meegemaakt.

Aan alles merkten we dat Aurélia niet echt blij was met die grote witte doos met piepschuim op de kast.

We besloten morgen, zodra we de camper uit konden, op zoek te gaan naar een ander plekje. Het huis, de buitengallerij en de schuren zouden vast nog wel meer mogelijkheden bieden.

Die nacht sliepen we met z’n viertjes dicht tegen elkaar aan.

Vroeg in de ochtend werden we gewekt door luid geblaf van de honden. Het klonk heel anders dan gisteren toen hij en zij met de camper aankwamen. Toen blaffen de honden “waaks”, dit klonk gewoon ontzettend “boos”.

Als we straks de kans kregen maar even aan Kenzo vragen wat er aan de hand was geweest.

Hij en zij sliepen nog, dus ook wij kropen nog even dicht tegen elkaar aan.

De deur van de camper werd door hem opengedaan. Meteen waren we klaar wakker. We hadden na die blafpartij van vanmorgen vroeg besloten eerst even naar wat eten te gaan zoeken. Dat zou wel geen probleem zijn met al die dieren.

Misschien, als we het heel netjes aan de kippen vragen, kunnen we bij hun wat graantjes mee pikken.

IMG_20181023_184247

Nu had ik nog nooit een kip van dichtbij gezien en schrok dus eigenlijk best van hun forse voorkomen. Gelukkig waren het heel vriendelijke dames en vonden ze het prima dat wij een graantje mee pikten.

De dames kakelden er zo gezellig op los, dat we haast vergaten dat er nog naar een huis gezocht moest worden.

Alexandra en Gerard, bedankt voor de foto’s.

Hoofdstuk 66

CAM01863-1

Henriëtte Josephine, maar zij noemt me MUIS

Hoofdstuk 66 – Waar is mijn huis?!?

Hijgend kwam Aurélia aan bij de buitengallerij. Eerst goed om zich heen kijkend of Titus de kat niet op de loer lag, zocht ze naar een opening in de glazen pui om naar binnen te gaan.

Eindelijk, ze was bijna thuis. Thuis in haar holletje achter het roze-witte schilderij. Haar haartje bonsde in haar keel van opwinding.

Door een kiertje bij de schuifdeur glipte ze naar binnen. Onder de tafel door, zigzaggend tussen de stoelpoten door ging ze op weg naar de grote kast waar de kooi van Bambi op staat.

Via de muur naast de kast klom ze omhoog. Bijna, ze was er bijna. Met een sprongetje zat ze op de kast en keek verwachtingsvol naar boven.

CAM00128

Ieeeeeks ………. wat is dat?

WAAR IS MIJN HUIS, MIJN SCHILDERIJ ?????

Ze schreeuwde het uit.

Het schilderij waar ze al die tijd achter had gewoond was verdwenen. Daarvoor in de plaats hingen er twee andere schilderijen. Mooie schilderijen hoor, geschilderd door ene Jules, vast een zeer getalenteerde kunstenaar. Mooie kleuren ook, maar niet HAAR schilderij.

Dit was een ramp, een enorme ramp. Geen huis meer!

Al die tijd dat we gereisd hadden, had Aurélia maar een ding voor ogen; ze zou hoe dan ook weer een keer thuis komen. Thuis in haar eigen huis. En dan dit ……

Aurélia huilde dikke tranen. Groot was haar ontreddering.  Wat nu?!? Was ze eindelijk weer thuis, was ze haar huis kwijt.

Beau, Sophietje en ik waren buiten nog heel gezellig in gesprek met Kenzo. We wilden Aurélia in alle rust naar haar huis laten gaan. Na zo’n lange tijd kon ze eindelijk weer naar haar eigen huis. DIT was HAAR moment. Na zoveel maanden van heimwee was ze eindelijk weer thuis.

Wij waren ons niet bewust van het drama dat zich afspeelde in de buitengallerij.

Omdat we toch wel nieuwsgierig waren naar haar huis, vroegen we of Kenzo ons de weg wilde wijzen. Niet alleen omdat we niet wisten waar we moesten zijn, maar omdat het wel zo veilig was. Wij wisten niet waar Titus de kat zich zou kunnen verstoppen en ons zomaar ineens zou kunnen bespringen. Of erger.

Kenzo ging vooruit en duwde met zijn snuit de schuifdeur verder open. We hoorden wel hartverscheurend gesnikt, maar wisten nog niet dat dat van Aurélia kwam.

Aangekomen bij de kast met de kooi van Bambi zei Kenzo dat we daar maar naar boven moesten klimmen, de rest wees zich vanzelf. Naarmate we hoger kwamen, klonk het gehuil en gesnikt luider.

Boven op de kast troffen we een Aurélia aan, die volkomen overstuur was en nog steeds dikke tranen huilde. Met moeite kon ze uit haar woorden komen en met horten en stoten vertelde ze wat er loos was. Haar huis was weg, verdwenen, foetsie.

Hoe kun je een muis troosten en geruststellen als ze haar huis, haar veilige plekje en alles er omheen kwijt is geraakt. We stonden met z’n drietjes een beetje machteloos om Aurélia heen.

In de plaats van haar schilderijhuis hingen er twee nieuwe schilderijen met een glasplaat ervoor. Daar zou ze nooit doorheen kunnen knagen en dus nooit ongezien naar beneden kunnen gaan naar de kooi van Bambi.

Aurélia was dakloos. Haar veilige wereldje stond op zijn kop. Ze moest dus opzoek naar een nieuw huisje.

Bij het idee alleen al begon ze weer te huilen en vertelde ze ons zo levendig over haar oude huisje. We lieten haar vertellen. Dat deed ze zo levendig en beeldend, dat we het gewoon voor ons zagen.

20170915_230235-COLLAGE

Over hoe ze zich voorzichtig om zich heen kijkend vanachter het schilderij naar beneden liet zakken. Uit het etensbakje van Bambi lekkere dingen snoepte. Wat was dat een mooie tijd geweest. Maar helaas, haar huis was weg en de nieuwe schilderijen boden geen plaats voor een nieuw onderkomen.

Gelukkig waren wij er ook nog, dus zolang hij en zij van het grote huis hier bleven, konden wij Aurélia helpen. Hij en zij gaven niet de indruk dat ze ieder moment zouden kunnen vertrekken. Dat gaf Aurélia een hoop rust. En ons ook, want we wilden haar natuurlijk niet zo volledig ontredderd achterlaten. We zouden nog een tijdje bij Aurélia kunnen blijven om haar te steunen en te helpen.

Maar eens kijken in de schuren of daar een veilig plekje was te vinden. Er lagen best wel veel spullen, dus dat zou moeten kunnen lukken. Buiten het bereik van Titus natuurlijk, dat was wel belangrijk.

Stel je voor zeg, had ze bij ons thuis Killer Cat overleefd, zou ze in haar eigen huis ten prooi vallen aan Titus. Mooi niet, daar zullen wij wel een stokje voor steken.

Dus op zoek naar een plek en eventueel verbouwen maar!

 

Alexandra en Gerard, bedankt voor de foto’s.

Jules, bedankt voor de foto van je schilderijen.

Hoofdstuk 65

IMG_20181025_131711.jpg

Henriëtte Josephine, maar zij noemt me MUIS

 

Hoofdstuk 65 – De Provence, Aurélia is thuis!

Eindelijk stopte de camper voor een groot hek. We waren aangekomen in Lorgues. In de verte hoorden we meerdere honden blaffen en ook een paar geiten mekkeren. Waar waren we nu weer terecht gekomen. Als het maar geen gevaarlijke engerds waren, die honden. We waren wel verwend met Luca en Balda; wie weet waren dit ook wel lieverds.

Aurélia was door het dolle heen. Dit was haar huis! Ze herkende het blaffen van de honden. En toen de deur van de camper open ging, liepen bij haar de tranen langs haar snuitje. Niet van verdriet, maar van vreugde. Dit was haar thuis!

Ze kon haast niet wachten om naar buiten te glippen. Eindelijk kon ze naar buiten en rende naar het hek, terwijl ze piepte “Kenzo, ik ben weer thuis”!!

Kenzo zou wel een van die drie honden zijn, want daar rende Aurélia op af. Het bleek een vrij grote blonde labrador op leeftijd te zijn. Aurélia sprong lachend in zijn vacht. Wat was ze blij!

Kenzo was kennelijk ook heel blij dat Aurélia weer thuis was, want ook hij jankte van geluk.

CAM00069.jpg

Die twee waren echt dol op elkaar, dat was duidelijk te zien. Gedurende hun buitengewoon enthousiaste begroeting vergaten ze de wereld om zich heen.

Pas na een poosje kwamen ze wat tot rust. Toen durfden wij drietjes ook wat dichterbij te komen. Hoewel op ons hoede, want er liepen nog twee honden rond.

Kenzo was op de grond gaan liggen op een manier, waarop hij mij deed denken aan Falkor het Geluksdraakje uit de Neverending Story. Je zou zo op zijn rug klimmen en met hem wegvliegen. Bij wijze van spreken dan hè.

Hij stelde ons gerust en vertelde dat we niet bang hoefden te zijn voor de andere honden, Bullit en Canelle. Als ze wat aan ons gewend zouden zijn, kwamen ze zich vanzelf wel voorstellen.

Kenzo waarschuwde ons wel voor Titus, de zwarte kat. Die was dol op muizen. En dat bedoelde hij niet vriendelijk

Op de zolder en in de schuur van het huis waar Kenzo woont, had Titus al menig muisje op bloeddorstige wijze vermoord en opgegeten. Hij beloofde een hartig woordje met Titus te spreken en hem vooral op het hart te drukken dat hij ons viertjes met rust moest laten. Anders zouden de consequenties voor hem zijn. Oeps, dat was nog eens serieus dreigende taal.

We voelden ons meteen een stuk veiliger met zo’n grote zorgzame hond in onze nabijheid.

Aurélia en Kenzo hadden heel wat te bepraten, want Aurélia was best een lange tijd weg geweest.

Het was een grote schok voor haar om te horen, dat alle kwartels het onderspit hadden moeten delven. Een kwaadaardige, uitermate sluwe fret was het hok binnengedrongen en had de kwartels met huid en veer verzwolgen. De honden hebben nog geprobeerd te redden wat er te redden viel, maar ze konden door de kleine opening het hok niet in. Ze konden slechts toekijken hoe die fret de ene na de andere kwartel afslachtte en naar binnen werkte.

Alsof het nog niet genoeg was bleek, dat onlangs ook Renard de Vos een bezoekje had afgelegd. De kippen raakten daar zo van van de leg, dat er 3 op de vlucht zijn geslagen. Tot op de dag van vandaag heeft niemand nog iets van ze vernomen. Of ze nu zelf vertrokken waren of dat Renard daar een poot in had vertelt het verhaal niet. De oudste en tevens grootste kip is door Renard vreselijk toegetakeld. Ze heeft twee grote gaten overgehouden aan het gevecht met die engerd. Je wordt er niet goed van als je dat ziet.

IMG_20181023_183950

Aurélia, was wel erg blij dat het met de geiten wel goed ging. De jongste van de drie was behoorlijk gegroeid en wat waren die horens groot geworden. Dat was wel iets om voor uit te kijken.

IMG_20181022_182148

Aurélia was na het horen van deze gevallen van rampspoed best wat van slag en wilde ons meenemen naar haar huis achter het schilderij. Je weet wel, dat schilderij waar ze in het hoekje een gat had gevreten, waardoor ze zich zo kon laten zakken. Dan kon ze via de muur naar het hok van Bambi, het konijntje, waar ze allerlei lekkere dingen uit het konijnenvoer kon snoepen. 

Echter, Kenzo stak hier een stokje voor. Hij kwam met een vaag verhaal, dat wij wel moe zouden zijn en dat we wel honger zouden hebben en dat hij wel een plekje wist waar heerlijke bessen groeiden. Hij wilde duidelijk tijd rekken.

Eigenlijk hadden we helemaal geen honger, maar omdat we niet onbeleefd of onvriendelijk wilden zijn, gingen we toch maar even met Kenzo mee naar een hoekje achter in de tuin. Heel lief bedoeld van hem, maar die bessen waren niet te eten, wat waren dat zure krengen. We konden met moeite voorkomen dat we alle vier met vertrokken bekkies zaten.

Toen was het over, Aurélia draaide zich om en liep op een holletje richting de buitengallerij, op weg naar haar huisje achter het schilderij.

 

Alexandra en Gerard, bedankt voor de foto’s.